Berichtdetails

ARTIKEL VOOR DUITSE DUIVENKRANT
30-7-2021

Jonge duiven 2021 : Totaal anders dan in vroeger jaren
 
Het aantal jongen wat men kweekt wordt steeds groter omdat er zoveel verliezen zijn, maar waardoor verliezen we zoveel jongen?   Als we nu eens op een rijtje zetten wat in mijn ogen wel en wat niet moet.                                    Maar voor ik begin moet ik zeggen dat wij sinds enkele jaren aanzienlijk minder jongen verspelen dan de meeste andere liefhebbers. En de prestaties zijn super, in 2019 hadden we bijvoorbeeld nog de beste jonge duif van Nederland. En nu ik dit schrijf ( 18- Juli 2021) hebben we drie vluchten gehad en zijn de resultaten in 1 woord geweldig.
 
Waar kweken we uit mijn zijn allen?
Op veel kweekhokken zitten onbevlogen duiven die vaak op internet zijn gekocht of op een beurs(Messe). En daar is al een groot probleem, onbevlogen duiven op het kweekhok. Hoe weet u nu of die onbevlogen duif een “thuiskomer of laat staan een prijswinnaar” was geweest als hij toch gevlogen had. U hoopt dus dat de onbevlogen duif wel de genen draagt om te winnen, om te oriënteren en doorzetting te hebben. U hoopt er op maar er is geen bewijs.
En die duif die u op het kweekhok zet, wat voor afstamming zit er achter, dat ten eerste.
                                                                                                                                                                                    Staat bijvoorbeeld bij de vader: Is kleinzoon van broer Messi. En bij de moeder : is kleindochter van het superkoppel.
 
Dan praten we dus over Messi de beroemde voetballer, daar een broer van, en zijn kleinzoon is de vader van uw duif. Bekijk dat eens in de mensen wereld: In Nederland was Johan Cruiff een legende, misschien wel de beste die we ooit hadden. De broer van Johan Cruiff heet Hennie Cruiff en de kleinzoon van Hennie Cruiff zit ook op voetballen, wat heeft deze jongen in de genen van Johan Cruiff de beroemde nummer 14 ? Niet zoveel toch. Ten eerste kon Hennie al niet voetballen.
 
Bij de moeder van uw kweekduif staat: is kleindochter van het superkoppel. Dat is mooi, maar welk van de kinderen van dat superkoppel is dat èèn van de ouders van de moeder van uw duif.   Het kweekkoppel gaf laten we zeggen drie echte toppers, drie zonen, en u haalt een kind uit een zus van die drie toppers. Maar heeft die dochter van het koppel zelf goed gevlogen? Of is het alleen maar een zus van..
 
Maar stelt u zich voor, de duif die u kocht op internet met deze stamboom, en de duif is al mooi door de rui, ziet er prachtig uit. Maar de verkoper zet hem op internet omdat de duif twee keer van het hok weg raakte, opgehaald werd, nog een keer mee is geweest op een africhting en hij moest weer gehaald worden? Dan is het dus een domme duif, een wegvlieger zeggen we in Nederland. Dus u zet dan een domme duif zonder enige oriëntatie op het kweekhok. En als er de stamkaart bij zit zoals hierboven beschreven, wat is dan de kans dat er een goeie uitkomt?  Bijna nul/niks/nada
 
Op een andere verkoop ziet u een oude kweker van een jaar of vijf van laten we zeggen mijn hok. De klant kocht een jong van de Vechtmachine, hij kweekte daar 5 jaar mee, x laten we zeggen 4 jongen is in totaal 20 jongen die hij uitgewend heeft. Maar de oude kweker wordt verkocht als : Directe zoon van de wereldberoemde vechtmachine, dan moet u er nog wel een paar euro,s voor neertellen. Maar er staan bij de duif, geen prestaties van kinderen of kleinkinderen. Ik bedoel van de  te koop gezette Beute duif. Dan is die duif niet van waarde, een NIET-KWEKER noem ik het. Kwamen er goede uit dan stond dat er bij. Goede prestaties van kinderen en of kleinkinderen drijven de prijs naar grote hoogte. Dus waren ze er... dan stond het er bij.
 
 
Dan komen we bij uw kweekkoppel: Deze oude kweker “ZOON VECHTMACHINE” x Duivin uit lijn BROER MESSI x DOCHTER SUPERKOPPEL.
 
Maar wat is de kans dat u goede duiven kweekt uit dit koppel NIET KWEKER x OPGEHAALDE WEGVLIEGER ? Nul, niks, nada, ten eerste al omdat de doffer in vijf jaar geen goed jong bracht, en dan nog omdat de duivin een wegvlieger is uit een lijn van een broer van Messi.
 
U kweekt er een jaar uit, wat eitjes omleggen, zes jongen, eind van het jaar 4 weg en 2 geen prijs. Nog een jaar proberen, nu 8 jongen uit het mooie koppel met super afstamming. 5 weg, 2 geen prijs en 1 die in de uitslag vloog op de kortste afstand. Dus allen waardeloze duiven.
 
Maar ja u heeft de zoon Vechtmachine gekocht voor nogal wat geld, en zet hem maar terug op internet. Statiegeld duiven noemen we dat.
En stel dat u nu vier of vijf kweek-koppeltjes heeft met dergelijke achtergrond dan heeft u er toch al gauw 16 jongen die u allemaal kwijt raakt, of aan het eind van het jaar uit het hok haalt omdat ze geen prijs wonnen.
 
Maar stel u heeft wel kinderen uit bevlogen duiven, zelf niet maar de ouders wel. Maar beide duiven hebben wat foutjes in de bouw, en hebben beide een “vlieg oog, of min oog” Dat kunnen super vliegers zijn maar twee van die ogen tegen elkaar, daar heb ik nog nooit een nationale, of regionale topper uit gezien. Dus weer een koppel waar niet uit gaat komen, meestal achterblijvers, of soms een paar prijsjes op de kortste vluchten
 
Vroeger toen er nog geen internet was ( er waren wel verkopingen maar dat deed men minder, door kosten van de zaal etc en de mensen konden ze in de handen nemen), werden alle waardeloze duiven opgeruimd, er werd in het naseizoen nog een keer gekweekt met de duiven die er na het lange seizoen nog waren. En kwekers waren meestal duiven die op eigen hok enige jaren goed gevlogen hadden. 
 
Maar dit kweekkoppel gebeuren is nog maar 1 onderdeel van de grote verliezen. Een andere keer ga ik wel verder in op die grote oorzaken cq fouten.
-------------------------------------
Nu ga ik “in het kort” vertellen wat wij doen om de jongen te kunnen spelen en overhouden.;
 
We zetten onze kweek en vliegkoppels tegelijktijdig samen rond 2e kerstdag, we kweken in principe ook van onze vliegduiven. We hebben 24 koppels kwekers in een ruim hok met 48 broedbakken en een zeer grote volière 8 meter. Er mogen nooit meer dan 24 koppels kwekers zitten op de 48 bakken, zou er een nieuwe kweker komen, of een vlieger gaat naar het kweekhok, dan moet er ook weer een duif uit. 24 koppels worden nooit geen 25 koppels. De duiven zijn compleet door de rui en gezond verklaart door een duivenarts. ( dat natuurlijk ook al in September, oktober en november) . Alle duiven moeten of zelf super gevlogen hebben of hun ouders, dat vind ik dus heel belangrijk in het minder verspelen verhaal.
Hier gaat het met de kweek bij vliegers en kwekers altijd erg goed. Als je er werk van maakt, de tijd voor neemt om ieder koppel uit te zoeken, vast te zetten en stuk voor stuk weer los te laten dan komen ze vlot op eieren. Een paar dagen van te voren bijlichten van 07.00 tot 19.00 uur is ook een deel van het systeem. Belangrijk is dan dat het ook overdag gebeurt, de lampen bootsen de zon na, de duiven komen dan in een andere stemming, en een gelijke leg van de ouders is dan het gevolg.
Dat ongeveer gelijk leggen is voor mij ook belangrijk. Dan heb je één ronde , hoef je niet bij te zetten en is het gemakkelijker met gezond houden.
Nogmaals: Enkele weken voor het kweekseizoen begint eigenlijk uw toekomst al, uit goed gebouwde, presterende ouders of uit hun directe kinderen, super verzorgd, en top gezonde ouderdieren komen betere jongen. Als u tijdens de selectie en kweek er een beetje met de pet naar gooit, worden er jongen geboren van mindere kwaliteit, minder weerstand en minder oriëntatie.
Zodra de jongen hier afgezet worden, komen ze in een hok waar een deel stro in ligt wat er  al jaren ligt. Door de jaren heen wordt het minder natuurlijk maar er ligt nog steeds oud stro.  De jongen die we afzetten(Spenen) komen gelijk in het milieu van hun ouders en andere hok genoten. En de jongen krijgen direct een enting tegen het paramixo virus. Bij het woord direct bedoel ik ook direct, ik pak ze uit de mand, geef ze een injectie en zet ze op de grond van hun nieuwe verblijf. Zes weken later krijgen ze nogmaals een injectie tegen pmv maar dan door de dokter omdat er een officieel ent bewijs bij moet natuurlijk.
Wij vaccineren de jongen alleen tegen pmv , dus niet tegen al die andere virussen, niet tegen pokken en ook niet tegen salmonella.
De jongen zijn dus gespeend, hebben hun prik gehad tegen pmv en zitten op een deel oud stro en krijgen natuurlijk zoveel kweekvoer als ze willen. Het kweekvoer is van een goede samenstelling met kleine graden en zaden( wordt meestal premium genoemd).
In het nest, nog bij de ouders, krijgen ze reeds twee a drie dagen per week Olympic MG mix over het voer aangeplakt met Colicontrol dus ze kennen het wanneer ze voor hun zelf moeten zorgen.
Ik vind het zeer belangrijk dat de duiven in deze groei periode alles krijgen om uit te kunnen groeien tot prachtige, sterke duiven. Omdat het eigenlijk zeer vroege jongen zijn, en geboren worden in een periode met weinig zonlicht, zorg ik naast het goede voer en de MG.Mix toch nog voor een deeltje extra vitamine D ( de vitamine van de zon).
Elk vrij uurtje zit ik bij de jongen, ik pak ze elke dag allemaal wel beet, ze kennen dus gelijk mijn handen en stem. Ze zien mij als een gezinslid of een vriend, iedere duif wil graag bij me in de buurt zijn. Al vrij snel komt er een mand in het hok te staan, waar het waterbakje (drinkgoot) zo hangt dat de jongen er alleen bij kunnen als ze in de mand gaan en hun kopje door de spijltjes steken.    Jongen die het niet kunnen vinden help ik gewoon, hier laat ik nooit een duif zo lang zitten dat de oogjes dicht gaan zitten van de dorst. Een paar dagen dorst maakt zwak en dus gevoelig voor ziekten. En een duif die het niet zelf vind is heus niet dommer. Ik laat de duif echt zien hoe hij moet lopen, ik druk hem dus de mand in , richting de waterbak, en druk zijn kopje door de spijltjes.
Zodra de jongen er gereed voor zijn gaan ze naar buiten, maar eerst wel een aantal weken in een volière voordat ze echt het luchtruim in mogen. Maar heel belangrijk hier, een duif zit dan een uur of maximaal twee in die volière ! daarna gaat hij gewoon weer naar binnen, ik ben tegen altijd buiten zittende jongen. Ze moeten de volière en later het luchtruim zien als een mooi iets, een uitje zeg maar, ze moeten naar buiten knallen.
Als ze oud genoeg zijn om te vliegen dan laat ik ze een paar dagen hun gang gaan, maar daarna laat ik ze schrikken. Ik gooi er een bal tussen of een blikje, maakt eigenlijk niet uit, maar ze moeten mij niet zien. Ik wil nooit geassocieerd worden met schrikken of bang hoeven zijn. Ze moeten mij zien als vriend, die het eten brengt etc.
Als men zegt dat hun jongen niet vliegen, komt dat bijna altijd door verkeert voeren, te veel, te weinig soms of te zwaar. Na de kweekvoer tijd ga ik steeds meer Recup voeren ( Licht voer, soort zuivering van Beyers) en dan krijgen ze gelijktijdig een paar weken LTW door het water, en dan gaat ieder jong vliegen, knallen, hoog en lang.
Zodra we dan ongeveer half maart zijn en ze trainen goed, dan haal ik ze na de training binnen, geef ze eten maar geen water. Ik laat ze een uurtje zoeken naar de waterbak, en begin ze dan te pakken en zet ze in de mand. En dan komt het, die manden zijn gewone, die we allemaal kennen. Maar ik zet ze gelijk over in officiële manden waar ze ook in zitten tijdens de vluchten.  Ik heb zelf drie van die manden, die staan achter in mijn busje, er ligt karton in, gelijk als tijdens de wedstrijden. Van de kleine manden waarmee ik ze uit het hok haal gaan ze dus in de grote manden en daar krijgen ze water. En ook hier uit drinkgoten aan de buitenzijde.  De eerste keer laat ik ze er vast 48 uur in zitten, ze leren er drinken, krijgen er eten en na die 48 uur laat ik ze voor het hok los. Een paar dagen later doe ik het zelfde, maar dan gaan de jongen ook gewoon mee, waar we ook naar toe gaan. Ze rijden soms 200/300 km per dag mee, achter in de bus in de manden. Ze leren het remmen, rotondes, bochten, pauzes met drinken etc etc. Maar ik laat ze thuis weer los, voor het hok. Dus geen stress, geen paniek en niet hoeven zoeken. Toen we eind Juni de eerste vlucht hadden met de junioren hadden onze jongen minstens 40 nachten in de man gezeten. De eerste keren werden ze thuis gelost. Maar zodra we beginnen met africhten, gaan ze na de ochtend training in de manden, krijgen ze water en gaan ze naar de losplaats. Dus eerst bij huis trainen en dan pas naar de losplaats. Als je de jongen in de ochtend uit het hok pakt en gaat rijden zijn ze niet moe, ze gaan los en knallen soms 50/100 km te ver. Nee, bij ons eerst vliegen, binnen, in de manden, water en dan pas rijden. We beginnen met een 5 kilometer en bouwen dat op tot ongeveer een 30 km. Op de losplaats altijd een 30 minuten laten staan, kans bieden water te drinken. En zodra alles rustig is pas los.      We richten in het begin nooit af met oost of zuidoosten wind.
 
Volgende week gaan we verder met het jonge duiven systeem
 
 
 

Terug