Berichtdetails

DEEL 3 VAN BRIEFTAUBE COLUMN
16-11-2021

BRIEFTAUBE deel 3
 
In de vorige column schreef ik dat er net een slecht verlopen jonge duivenvlucht geweest was, daar kom ik even op terug. We hadden 50 jongen mee op deze Reims van 429 km. 
Vroeg in de ochtend lieten de voorspellingen zien dat het niets zou worden die zaterdag 28 Augustus. De zondag werd het nog slechter dus gingen we er van uit dat het maandag zou worden. De jongen waren op donderdag ingemand en zouden dus wederom een mooie ervaring rijker zijn als ze maandag na 4 nachten mand los zouden komen. We maakten ons al op voor een rustig weekeinde. Maar wat schetst onze verbazing dat de duiven toch om 09.45 uur gelost werden, dat had ik echt niet zien aankomen. Wij hebben 429 km maar de eilanden zitten rond de 500 km en dat voor jongen en met een gesloten wolkendek.
Het zou een lange dag worden, de eerste duif arriveerde hier om 17.13 uur en maakte een snelheid van 957 mpm ( dus onder de 60 km per uur).
In de vereniging waren de prijsduiven er om 19.49 uur met een snelheid van 710 mpm .              Wij hadden toen 22 stuks retour van de 50. In groot verband(de afdeling) moest er de andere dag doorgeklokt worden. Om 10.00 uur ( met het klokafslaan) waren er 27 van de 50 die allen prijs vlogen. De regen kwam die zondag met bakken uit de lucht, u heeft het kunnen zie tijdens de formule 1 race te Belgie. Maar toch kwamen er steeds duiven door, althans bij ons, er waren liefhebbers bij die de eerste dag geen enkele duif door kregen en ook op die regen-zondag niet.      In de dagen die volgden kwamen ze bij ons in verhouding tot andere liefhebbers heel goed na gelukkig. Op vrijdag 3 September ( dus 6 dagen na de lossing) hadden we in de ochtend visite van Rutger Zwart uit Harlingen, deze liefhebber zat er bij toen er in een anderhalf uur drie jongen thuis kwamen. En wat voor jongen, echt ongelofelijk. De 21-128 die voordien reeds een 1e op Heusden-Zolder pakte tegen 1.496 duiven en een 2e op Kalkar tegen 1.208 duiven. En de 21-130 die enkele weken eerder nog een 1e tegen 1.208 duiven pakte op Kalkar.                                                          En als derde die ochtend kwam de 21-125 een duivin die voor Reims nog niet gemist had.             En bij deze drie duiven op die vrijdagochtend kon je zien dat ze gezworven hadden, de poten smerig, de pluimen rommelig en flink afgevallen. In vergelijking met andere liefhebbers liep het bij ons goed af; 46 van de 50 bereikten de thuishaven uiteindelijk.
Ik weet zeker dat de voorbereiding en de verzorging hebben bijgedragen op dit goed afgelopen drama. Nu (eind oktober) spreek ik nog steeds liefhebbers die slechts 20/30% van hun jongen thuis kregen, die moeten dus in principe opnieuw beginnen.
In de week na Reims kwamen ook verschillende jongen terug die echt mager waren, totaal afgevlogen dus maar nergens binnen gelopen, respect voor die beestjes. Omdat die laatkomers bijna geen energie meer hebben krijgen ze hier gelijk een paar keer per dag een 96% dierlijk eiwit capsule uit de eigen lijn. De eiwitten die een duif uit voer haalt zijn plantaardige eiwitten, en bij deze plantaardige eiwitten moet de verzwakte duif meer energie gebruiken om het er uit te halen dan er van binnen komt. Het omzetten kan tot 50 uur duren en de capsules met dierlijke eiwitten zijn in 2/3 uurtjes reeds opgenomen. Soms komen duiven nog thuis maar sterven later toch omdat het eten wat ze krijgen niet opgenomen kan worden door het systeem.                                                                  Er kwam een doffertje retour 21-104 die scherp als een mes was, het licht totaal uit de ogen maar door de liefde voor zijn hok, de omgeving en de verzorger kwam hij toch thuis.                          Door gelijk in te grijpen met die capsules en met elektrolyten door het drinkwater was hij er in een paar dagen weer bovenop. Voor mij zijn duiven die te laat komen, en dan bedoel ik dagen te laat echt niet afgeschreven, ze komen er vaak sterker uit. Ze zijn door het dal geweest, en na een dal komt altijd weer een berg. De vier duiven die niet terug kwamen waren ook niet de besten, natuurlijk wil je nooit duiven kwijt raken, maar als er dan een duif weg is(als jong) die ook nog niet tot de beteren behoorde heb je er vrede mee.
 
De week na die slechte Reims zijn alle jongen die voor dinsdag terug kwamen gewoon weer mee gegaan, we hadden een korte vlucht vanuit Venlo met 163 km. De jongen en oude duiven konden beide mee. Onze eerste was een oude duivin van 2019 die ook de 1e prijs speelde.                          Op plaats 2,3,4,7,8 waren de eerste jongen aanwezig, de uitslag tegen 273 duiven was 1,2,3,4,5,6,7,8,10 en hadden 49 duiven prijs 1;3 tegen 273 concurrenten.                                        De jongen die op woensdag, donderdag en vrijdag thuis kwamen gingen natuurlijk niet mee, die hadden een weekje rust. Alle vluchten met de jonge duiven werden hier in pv de Vredesduif te Noordwolde werden gewonnen en van de vier natour vluchten(aan het eind van het seizoen hebben we altijd vier of vijf natoer vluchten voor oude en jonge duiven samen) werden er ook drie gewonnen. Met minstens 5 duiven bij de eerste 10 maar de meeste vluchten met 7,8 of 9 bij de eerste 10.
Op zaterdag 11 September hadden ze de laatste vlucht. De lampen gingen uit( die branden een dag eerder nog tot 01.45 uur) en zondag de 12e September werd alles gescheiden en gingen de jonge duivinnen naar hun eigen toekomstige vlieghok en de jonge doffers ook gelijk op de bakken.
Er zijn nog steeds veel liefhebbers die ze eerst lang op hun eigen hok laten , ze zijn bang dat de rui minder goed gaat als ze overgeplaatst worden, maar dat is juist het tegenovergestelde.                 Door het scheiden van de geslachten, de lampen in èèn keer uit, het overplaatsen naar het gedeelte voor oude duiven en het niet meer los laten( niet meer buiten) dan vallen ze binnen 10 dagen extreem kaal. Toen wij dinsdag de 28e september terug kwamen van vakantie, hadden de meeste jongen 4/6 of zelfs 8 staartpennen er reeds uit en ook in de vleugels bij velen twee pennen tegelijk.
Woensdag de 29e september heb ik alle vliegers jong en oud door de handen genomen en heb ik oude staartpennen die er nog stonden er ook uitgetrokken. De meeste liefhebbers willen het ruien zo langzaam en natuurlijk mogelijk laten verlopen, dat doen we hier dus anders ( en vele kampioenen). Ik heb graag dat ze zo kaal vallen in de eerste twee weken dat ze niet meer kunnen vliegen, en het uittrekken van de staartpennen zorgt er voor dat ze in ieder geval niet op oude pennen blijven staan als jaarling. Een duif kan dat met moderne begeleiding zeer goed aan, rond 1 november zijn ze reeds zo goed als strak, hebben een nieuwe staart en hoeven alleen nog 2 a 3 slagpennen en daarvoor hebben ze tijd genoeg. We koppelen onze duiven rond de kerstdagen en het komt bij enkelen voor dat ze op eieren nog hun laatste pen gooien.
Omdat de duiven dus een snellere rui hebben dan vroeger moeten ze wel een zeer goede voeding die ruim voor handen is en enkele supplementen over het voer en door het water.                           We houden eigenlijk het schema van de wedstrijd periode aan, misschien wat vaker Olympic MG mix over het voer en een dag extra vitaminen.
Hier op de hokken in Wilhelminaoord zijn we geen fans van gerst voeren, ze krijgen het nooit of het moet iets door een zak voer zitten. Op dit ogenblik(29-10) meng ik premium rui, premium weduwschap en kweek gewoon nog door elkaar en gaan er een paar handen snoepzaad door en zo nu en dan een paar pinda’s zelfs. Ze mogen niet te kort komen, dus ook ruim de mineralen bak uit eigen lijn. We voeren 1 keer per dag en het bad staat ook iedere dag ter beschikking, de ene dag met badzout, de andere dag met een beetje chloor maar ook wel eens gewoon schoon. Hier gaan ze graag in bad, ik denk dat iedere dag wel gebruik word gemaakt van deze “was” gelegenheid .
 
U weet dat ik veel duiven per jaar door de handen krijg( van 1 Oktober tot 1 Maart) , en je kunt heel duidelijk zien hoe de duiven verzorgd worden. Ik kom regelmatig duiven tegen die de eerste drie a vier slagpennen wat smaller hebben en wat vierkant lijken, alsof de pennen zijn afgeknipt dat zijn duiven die geen beschikking hebben over een bad. De vliegduiven van desbetreffende liefhebbers hebben de pluimen altijd beter omdat die wel eens een regen buitje hebben gehad tijdens de vluchten. Tijdens het bekijken van die duiven hoor je wel eens dat het in het soort zit, maar dan hadden de vliegduiven het ook, dus geen smoesjes, gewoon iedere week in bad.
Als reden hoor ik wel eens; “dan wordt de vloer zo nat” . Dan zeg ik; Ja, en wat dan?             Dan maak je eerst de vloer even schoon, legt er een zeiltje onder of wat handdoeken, het badje er op, vol met water, lekker laten badderen, daarna het bad leeg gieten in emmers, zeiltje of handdoeken opruimen, restant van de drek opruimen, dan even een gasbrander er over en het is al weer schoon en droog. U moet er wel iets voor doen hè ! U heeft dieren, die zitten opgesloten, snakken naar een bad en u geeft het niet, schandalig.
Als u de kwekers niet optimaal verzorgd, soms zie ik zelfs verwaarlozing, dan moet u niet jammeren als ze slecht op eieren komen, achterblijvende jongen in de schaal liggen en kwalitatief  mindere duiven kweekt.
Een paar alinea’s terug schreef ik over gerst en dat we dat niet geven, ik kom daar even op terug. Een duif eet het niet graag , en het is een vrij eenzijdig. Het word in de duivensport vaak gebruikt om ze niet te zwaar te laten worden. En natuurlijk moet een duif niet te vet zijn, maar bij gerst voerders zie ik vaak het tegenovergestelde. Wanneer een duif nog een paar slag en staart pennen moet ruien en men gaat over op gerst voeren dan komen de laatste pennen minder tot veel minder mooi terug. Ze blijven wat korter en soms blijven de nog te vervangen staartpennen gewoon staan omdat men drastisch met het gerst-regime begint. Als uw toekomstige kampioen nog in de rui zit, nog een paar slagpennen moet en u gaat omdat ze niet te vet mogen worden over op een 25 a 30 gram gerst per duif per dag( en geen supplementen) , dan word de duif echt geen kampioen op de mooie vluchten het volgend seizoen. Hij zal dan achterblijven met rui, achterblijven met spieropbouw en achterblijven qua gewicht richting het vliegseizoen.
We hebben in Nederland een soort van spreuk die zegt: “Beter verwend dan verwaarloost” , en daar ben ik het mee eens, zeker in het geval van onze duiven. De resultaten van het volgend seizoen kunnen reeds worden beïnvloed na  de laatste vlucht van het vorig seizoen.
 
We hebben hier in Wilhelminaoord een zeer grote volière voor de kweek duiven, met maar liefst 48 broedbakken. Maar ook een regel dat er maar 24 koppels in mogen zitten.                                  Natuurlijk zijn 24 koppels nog een enorm aantal maar het gaat meer over het begrip ruimte en selectie. Als je 48 broedbakken hebt dan ben je snel geneigd  om 30, 40 of misschien wel 48 koppels “vastzitters” te nemen. Op het moment dat ik dit schrijf ben ik nog steeds met de selectie van de kweek doffers bezig. Een doffer heeft een bak nodig, een eigen plek, bij de duivinnen mogen gerust nog even wat extra zitten. Van de Vechtmachine x Liborio heb ik nog een aantal zonen van 2021 op het kweekhok zitten, ik schrijf specifiek NOG want het kan best zijn dat ze niet allemaal blijven. Maar ook van Lajos x Laboni heb ik een drietal jonge doffers van afgelopen zomer zitten. Maar zo zitten er ook nog twee doffers van afgelopen zomer ( mooi door de rui reeds) uit Mother`s Finest x Alexandra. Maar dan heb je het al over een stuk of 12 jonge doffers 2021. Als ik die hou, dan moeten er dus ook weer 12 doffers uit. En ik zou niet weten welke er nog meer uit moeten. Maar is dat niet geweldig? Dat je kunt kiezen uit doffers die je allemaal wilt houden? Gelukkig hebben we het compustam programma. Toets een ringnummer in van een duif en zoek op nazaten. Je krijgt dan alle duiven die je er uit gekweekt hebt. Zoek je daarna alleen onder nazaten die nog op je vlieg of kweekhok zitten of helaas verongelukt zijn maar top presteerden, dan heb je een compleet ander beeld.  Een duif komt op het kweekhok omdat hij goed presteerde, een kind is van een goede duif of koppel of als je een duif bijhaalt. Als ik er echt vertrouwen in heb laat ik een duif heus een jaar of drie zitten, koppel ik hem of haar om en wacht af. Als er een vlieger naar het kweekhok gaat heeft deze een voorsprong, wij houden namelijk van de vliegduiven ook de jongen en die vliegen of bij ons of als test bij anderen. Je hebt dan al een inzicht in de capaciteiten van de duif als kweker. In 2018 kweekten we bijvoorbeeld Lajos die het als jong reeds liet zien, als jaarling presteerde hij geweldig maar was ook al een kind van hem een supertje. In 2020 presteerde Lajos weer geweldig, kwam er weer een top jong uit en kwam uit de eerste zoon ook al weer een zeer goed presterend jong en dat was dus in het jaar 2020 reeds een kleinkind van Lajos toen hij zelf nog vloog. Toen hij in 2021 reeds op het kweekhok zat was het al bekend dat hij goed ver-erfde . Ook in 2021 speelden twee zonen weer geweldig, dus een doffer van nog maar 3 jaar oud, en je weet alles al; een goede vlieger en kweker ! Maar in ieder geval, hier nog steeds bezig met selectie, maar wel anders dan bij velen van u denk ik, hier zijn de duiven allemaal perfect van bouw en uit de rechte lijn van de As-duif (Zie Ronaldo en Messi in deel 1).  Tot de volgende keer , dan gaan we ons voorbereiden op de kweek zelf.
Gert Jan Beute
 

Terug