Berichtdetails

REPORTAGE VAN EEN PAAR JAAR GELEDEN DEEL 3
29-11-2023

Dit waren een paar van de mooiste prestatie duiven. Met de prestaties in 2019 of 2020 behaald…

 

Beschrijf jullie spelsoort eens en ook hoe jullie dit aanpakken?

We spelen hier het dubbel weduwschap en spelen op nest enkel alleen op de natour. De laatste twee seizoen koppelden we onze vliegduiven op 2e of 3e Kerstdag. Voorheen was dat altijd rond 5 december maar door verhuizing van Petra moesten we dat toen wat verplaatsen en dit is goed bevallen. Gelijk na de laatste vlucht in September vind de grote selectie plaats. De dag na de laatste vlucht worden gelijk de toppers er uit gehaald en naar het kweekhok verplaatst of verkocht. Het andere deel blijft zitten en mag nog een jaar vliegen. De duiven die niet presteerden zijn er al eerder uit gehaald. In de loop van het seizoen selecteren we die er reeds uit. Veel oude duiven op het vlieghok hebben we nooit. Voor het aanstaande seizoen 2021 hebben we een 30 koppels (Op dit ogenblik), waarvan 1 duif van 2018 is, dan een stuk of 10 van 2019 en de rest is dus jaarling. Ik houd van een jonge ploeg op het vlieghok. De laatste drie jaar haalden we steeds de besten uit het vlieghok. En met de overblijvers en jaarlingen ging het in 2019 nog beter dan in 2018 en in 2020 nog beter dan in 2019. Van de 60 vliegduiven die er nu zitten, zijn dus bijna 50 van 2019. Maar let op, dit aantal vliegduiven is ook maximaal, het kan best zijn dat we beginnen met bijvoorbeeld 21 of 19 koppels, het gaat hier niet om het vol zetten van bakken, maar het plaatsen van kanshebbers. En zijn dat een jaar maar 21 doffers bijvoorbeeld, dan is dat maar zo. We gaan geen bakken vullen met mindere duiven, ze moeten perfect zijn van bouw en kanshebbers zijn om te winnen. Bij de jonge duiven hebben we in het begin (bij het spenen) rond de 80 tot 100 jongen, meestal van 1 ronde met een verschil van maximaal twee weken. Door de roofvogels is het aantal snel wat minder. Meestal beginnen we met africhten met een 60. En tijdens dat africhten raak je wel eens een paar kwijt, en de roofvogel blijft ook niet stilzitten. Wij zijn hier gelukkig als we na het seizoen een 30 over hebben. Maar afgelopen twee seizoenen zijn we door de hand van Petra en het systeem eigenlijk weinig verspeeld. Eenmaal gekoppeld komen de koppels komen altijd vlot op eieren. Enkele worden gericht gekoppeld en de rest mag gestuurd zelf uitzoeken. Met gestuurd bedoel ik: ik koppel diegene die ik om een bepaalde rede samen wil hebben. De rest mag zelf uitzoeken. Omdat de jonge doffers de dag na de laatste vlucht reeds op de bakken komen, zijn ze bak vast en heb ik dat in de maanden oktober en november diverse malen gecontroleerd (welke doffer heeft welke bak). Zodra de duivinnen er bij komen ga ik er op het gemak bij zitten. Als een koppel elkaar gevonden heeft, kijk ik of het kan qua type, verwantschap en oog. Is dit oké dan gaat het koppel in hun bak en sluiten we die. Gaat nu een koppel samen wat ik niet wil, dan pak ik die duivin even weg, laat de doffer een nieuwe uitzoeken, eenmaal gevonden goed bevonden gaan die ook vast in de broedbak en laat ik de eerste keuze duivin (die volgens mij niet geschikt was) los en mag ze een tweede poging wagen bij een andere doffer. Meestal na een uur of twee heb ik alle 30 bakken dicht. Maar begin ik ook reeds weer met loslaten. Steeds drie of vier bakken, en gaan die goed in en uit hun broedbak dan gaan ze weer vast en mogen een paar andere koppels los. Binnen twee dagen heb ik alle duiven los. Er zijn altijd een paar koppels waar ik in eerste instantie nog geen jongen van wil, die krijgen eieren van de kwekers. Zodra de jongen bij de vliegers een dag of 15/16 zijn en er ligt weer een ei naast de jongen (van de tweede ronde dus), dan gaat de duivin weg en naar het duivinnenhok. Het tweede eitje legt ze in haar vlieghok op de grond (ook daar zit ik dan op de grond tussen, en zodra ik een ei zie vallen pak ik hem en schrijf er het ringnummer op van de duivin). De weduwnaars brengen de jongen verder groot. En dat is voor hun geen probleem, als een doffer geen twee jongen groot krijgt dan is hij ook niet in staat om een seizoen tot aan het einde te volbrengen. De duivinnen gaan hier dus niet mee met de jongen, dat wekt lesbisch gedrag in de hand.

 

Ik mag de nieuwe vliegploeg graag een paar keer wegbrengen voor het seizoen. Men moet weten dat de duiven hier opgesloten zitten i.v.m. de roofvogels maar ook ten gunste van de rui (Een binnengehouden duif ruit veel sneller en beter dan een uitvliegende), van de laatste vlucht tot ongeveer 5 Maart, dan zijn de jongen allemaal speenklaar. En gaan de duiven weer naar buiten en begint vanaf dag 1 het rouleersysteem. Dus eerst de duivinnen er uit via hun eigen hok, de mannen schuiven we door naar het hok van de duivinnen. De duivinnen komen binnen in het hok waar ze jongen hebben groot gebracht (dofferhok). Wanneer alles binnen is gaan de doffers via de duivinnenklep naar buiten, gaan de duivinnen weer terug naar hun eigen hok waar ze voer krijgen. De eerste keer in begin maart gaat het maar om 15 minuten dat ze vliegen, twee a drie dagen verder zitten ze gauw op een drie kwartier. Ze willen er graag in, ze zaten als jong in een ander hok, maar overwennen gaat hier gelijk goed (omdat ze de hele winter er al zitten). Is het koud buiten dan gaan ze één keer per dag naar buiten in de ochtend van 08:00/09.00 uur de duivinnen en de doffers van 09.00/10.00 uur. In principe vliegen duivinnen langer na een paar dagen. Eenmaal twee weken los dan weten de duivinnen dat wanneer ik uit huis, en met mijn klompen aan kom dat het tijd is om te zakken. Kom ik naar 45 minuten dan vliegen ze 45 minuten, maar komt ik naar 75 of 90 minuten dan vliegen die aantal minuten, ze kunnen geen klok kijken. Mij zien aankomen en vooral horen door de klompen is het sein van vallen en er in. Doffers doen dat anders, die komen regelmatig terug, vallen op het dak, en knallen weer weg zodra ze mij zien. Maar is hun tijd gekomen en ik blaas op het fluitje dan komen ze gelijk binnen. Ze komen hier vlot binnen omdat ze graag in het hok zijn en om het pindaatje, nooit door honger. Hier hebben ze nooit honger, een duif die hongerig is traint minder tot niet. Bij het binnenkomen kan ik gerust bij het hok staan en leunend op de invliegkleppen. Alle duiven zijn zeer mak, hebben nooit angst voor mij en krijgen op de klep en uit de hand soms een pinda. Ik kan ze ook gewoon tijdens het op de klep vallen pakken, er vliegt er geen één weg. De vliegduiven worden niet herkoppeld in principe, het afgelopen jaar wel gedaan omdat ik de eitjes van de vliegers weg kon geven aan beginners of mensen waar het niet lukt. Ze hebben er niet op gebroed, 1e ei in de schaal en de duivin weer weg. We tonen iedere vlucht, zelfs op de africhting eind Maart. De Beute-motivatie bakjes waar de schaal in staat draaien we om, het geluid van het schuiven is reeds een alarmbel voor ze. De deur tussen duivinnen en doffers gaat los (ook deze schuifdeur is 55 jaar oud), de duivinnen vliegen naar hun doffer, de bak gaat dicht, en ik laat ze een uur lekker met rust. Bij het pakken van de duiven pak ik bak voor bak, en de beide duiven tegelijk. Doffers in de ene mand, duivinnen in de andere. Nooit geen vakjes manden. Maar opleer manden van Henk van der Linden model Beute. Er gaan zo,n 15 doffers in, dus met 60 duiven vier manden. Vakjes manden en vooral de aluminium zouden verboden moeten worden, ze zitten in een dwangbuis. Ze horen in een ruime mand mee naar het lokaal te gaan. Zodra ze een keer of vier los geweest zijn in Maart begin ik met ze in de mand te stoppen, en gaan ze 5, 10, 25, 50 km weg. Gezamenlijk los, gezamenlijk thuis en als ik thuiskom (ze zijn altijd sneller en ik rijd altijd vol gas), scheid ik de geslachten weer. En op de vraag toon je altijd? Ja, en altijd het zelfde.

 

Gert Jan, wil je voor mij, ons wat dieper ingaan op de je selectie methode?

Bij het beoordelen van een duif zal worden gekeken naar de uiterlijke kenmerken, wat in het kopje gebeurt kunnen we niet zien. Of een duif op uw hok goed, matig of slecht verzorgd gaat worden in de toekomst kunnen we niet zien. Een goede liefhebber maakt van een iets minder gebouwde duif makkelijker een goede vlieger. En er zijn legio mensen die door slechte verzorging of “het gewoon niet zien” van een goed gebouwde duif met intelligentie zo maar een matig presterende duif maken. De hand van u als liefhebber, en vooral uw ogen bepalen voor een deel de prestatie van uw duiven. Met uw ogen bedoel ik natuurlijk of u het ziet, een ziekte, het klimaat, de motivatie en wat er op uw hokken gebeurt, u moet het wel zien.

 

Bij de handselectie (beoordeling) zal eerst een bepaald type genoteerd worden, de meeste Vitesse duiven zijn wat breder aan de voorzijde, hellen wat naar voren, hebben gemiddeld een iets grotere bouw met bijbehorende grotere kop. En over het algemeen hebben Vitesse duiven een iets langere arm, hun borstspieren liggen dichter tegen het borstbeen aan en voelen wat harder aan. Mijn mening is dat een duif de eerste één, twee a drie uur (max) met zijn kop vliegt, ik bedoel daarmee dat een duif de eerste uren vliegt op motivatie en oriëntatie en met een matige tot slechte bouw zelfs kopprijzen kan winnen. Maar met een matige tot slechte bouw zullen de meeste duiven het geen seizoen kunnen volhouden. Ook de beste Vitesse duiven op afdeling en zeker op nationaal niveau zijn goed tot zeer goed gemaakt( van bouw). Bij de allround duiven (types) zien we dat ze beter in de hand liggen, iets smaller aan de voorzijde, iets meer “vulling” aan de achterzijde, beter gespierd (ook iets verder van het borstbeen af gelegen). Allround types moeten in principe in staat zijn te presteren op alle vluchten van Vitesse, Midfond en dagfond. Door training, voeding en conditionering kan een allroundtype (zonder uiterlijke fouten) prijs vliegen op al deze afstanden (vitesse, midfond en eendaagse fond).

 

Een eendaagse fondtype is heden ten dage wat kleiner van bouw, zijn rond, voelen vaak als een balletje (duivinnen), zijn goed gespierd en hebben een korte arm. Mijn mening is dat er niet heel veel verschil zit tussen een allround en een eendaagse fond duif qua type.  Een duif die een vlucht van 700 km met 1000 mpm kan winnen (11,5 uur vliegen) kan dat ook op een vlucht van maar 2 uurtjes vliegen. Door motivatie, oriëntatie en het systeem van u als liefhebber. Andersom gaat dat bijna nooit op, een echte vitesse duif zal een 3/5 uurtjes vlucht soms nog aan kunnen maar zal afhaken bij die langere vluchten (langere vluchten qua aantal uurtjes).                             En soms kan een duif met vitesse bouw zelfs een eendaagse fondvlucht winnen, als de wind van achter komt, het aantal uurtjes vliegen dus veel minder is, en door super motivatie kan het gebeuren dat zo een duif een npo vlucht wint. Ik zelf had dat bijvoorbeeld op Orleans 2012, toen ik met een jaarling de eerste npo won, de duif was een echte vitesse duif, en was van echt sprinterbloed (afstamming Euro Heremans). Was het een echte fondvlucht geweest met 9 tot 12 uurtjes vliegen dan had ze echt geen prijs gewonnen. Wat we bij de beste duiven op de eendaagse vluchten steeds vaker zien is dat de arm zo kort is dat hij bijna niet waarneembaar is en samen met goede spieren een vibrerende vleugel geeft, de zogenaamde trillers. U ziet op internet steeds meer filmpjes van duiven met een trillende vleugel (de liefhebber tilt de vleugel dan iets op). Meer en meer krijgt men door dat die trillende vleugels samen gaan met korte armen en goede spieren. Echte toppers op de vluchten met “veel uurtjes vliegen” hebben dat.

 

Marathon duiven zijn een slag apart, hier zien we een ander type duif. De ochtendlossing duiven (ZLU of non-stop) lijken op eendaagse fondduiven, maar hebben meestal een langere rug en een andere mentaliteit, ze zijn was rustiger in de handen en hebben voelbare andere spieren. Bij de overnachtduiven (middag lossing 800/ 1000 km) zien we meer diversiteit, er zijn heel goed gebouwde duiven bij en dat zijn altijd degene die het vaker dan één keer doen. Duiven die echt vijf of zes keer een overnachtvlucht met goed gevolg volbrengen zitten ook de best gebouwde duiven. Bij overnachtduiven (middaglossing 800/950 km) die een prijs winnen en soms zelfs vroeg maar matig van bouw zijn vinden we vaker nachtvliegers, die zijn minder in staat kop te vliegen door hun bouw maar omdat ze in de nacht stukken inhalen komen ze gewoon naar voren op de uitslag. Dus ook bij deze middaglossingen vinden we bij de echte supers een goede tot perfecte bouw. Maar zo nu en dan zien we een duif die het toch goed gedaan heeft op deze vluchten die minder goed van bouw zijn. Zie het als bij Vitesse duiven. Ook daar zien we soms minder gebouwde duiven die het toch goed doen door hun verstand en motivatie. Maar dus ook bij de middag lossingen. Duiven die in de nacht aankomen hebben trouwens allemaal een soort ster in het oog. De ondergrond kleur (vaak geel) zien we dan met uitsteeksels cq punten in de iris kleur. Het is opvallend dat alle nachtvliegers dat hebben. Omdraaien kun je het natuurlijk niet, je kunt niet zeggen dat iedere duif met zo een oog een nachtvlieger is. Dat vergeten mensen vaak: bepaalde kenmerken zie je bij top duiven, maar niet alle duiven met die kenmerken zijn top duiven.

 

Bij het keuren cq selecteren kijk ik altijd even naar de ogen. In mijn methode zijn er maar twee oogkleuren zijnde wit en geel. Ik kijk naar de ondergrond kleur en die is gewoon altijd wit of geel. Gemiddeld zie je bij vitesse duiven wat meer witogen en bij duiven voor de langere afstanden wat meer geel ogen. Bij marathon duiven zien we daarnaast ook nog eens dat gemiddeld de ogen wat donkerder zijn, de iris gaat wat meer naar de bruine kleur toe. Die mooie donkere ogen zien we ook vaker bij duiven die onder tropische omstandigheden wat vaker aan de kop zitten. Door de evolutie zijn die duiven ofwel die ogen daar geschikter voor. In landen met hoge temperaturen en dan ook nog spelers van lange afstanden zien we bijna alleen donkere ogen (meestal geel als ondergrond, ik noem ze zonnebril ogen) Dan komen we nog bij wat ik plus of min ogen noem. Plus-ogen hebben een donkere antracietkleurige ring (verkenningcirkel) om de pupil en min-ogen hebben die niet (of maar gedeeltelijk). Qua kwaliteit in presteren of kweken maakt het niets uit of een duif een plus of een min oog heeft. Wel zeer opvallend is dat alle echte superduiven die ik zag en waarvan ik de ouders mocht bekijken, dat één van die ouders een plus oog heeft of soms zelfs beide ouders of heel soms dat beide ouders een halve verkenningsring hebben. Een top duif uit twee ouders met een min oog heb ik nog niet gezien. Om de meeste kans te maken op goede jongen zet je dus steeds de best gebouwde duiven tegen elkaar en kijk je bij de koppeling naar de ogen, zorg dat één van de duiven van het koppel een plus-oog heeft. Kweek nooit alleen met duiven omdat ze mooie ogen hebben, als er een slechte bouw op een duif zit mag hij een geweldig oog hebben, kweken doen we er dan niet mee.

 

Andere opvallende zaken bij veel top duiven is dat ze een kleine pupil hebben, soms zelfs boos kijken en een scherpe bek hebben.     En opvallend bij goede kweekduivinnen is dat ze naast een goede bouw, een (meestal) plus oog hebben dat er twee wratjes onder aan de bek zitten. Natuurlijk niet bij allemaal, maar wel opvallend dat het zo veel zijn die het wel hebben.                                                         Liefhebbers die een geweldig kweekkoppel hebben, waar gewoon diverse asduiven, teletekst duiven of eerste prijswinnaars uit komen zijn soms verontwaardigd dat ik één van die duiven van het koppel een goede waardering geef en de ander een slechte.  Ik denk dat heel veel top kweekkoppels gewoon één goede duif zijn met een ….. partner. Dus dan heeft zo een liefhebber gewoon een goede kweekduif en is het soms nog beter om het koppel te scheiden en een betere partner te nemen. We hebben het nog niet echt gehad over de rug en de vleugels en de stuit en dat zijn toch belangrijke onderdelen. Om met de rug te beginnen, eigenlijk moeten we spreken over rug, lendenen en bovenstuit. Maar ik noem het in één keer gewoon de rug. De rug is voor mij misschien wel het minst belangrijke aan een duif. Er zijn heel goede duiven die een matige rug hebben, geen slechte rug met zo een aangeplakte staart hoor, maar een matige rug. Een matige rug zou op de tentoonstelling 18 punten krijgen. Bij de rug zou je kunnen zeggen: Matig is het nieuwe goed. Die plank-ruggen die men vroeger graag zag en die eigenlijk op de show nog steeds gewenst zijn zien we bij de huidige topvlieger bijna niet. Goede hedendaagse wedstrijd duiven hebben een matige tot goede rug. De stuit van een duif is veel belangrijker, maar niet altijd het zelfde te beoordelen. Door de rui, ziekte, zwakke gezondheid, ouderdom of veel eitjes leggen kan een stuit tijdelijk of blijven wat open staan. Soms zelfs heel erg open wanneer een duif veel te dik is of een breuk heeft, dan zou je een stuit moeten afkeuren..... maar als je de oorzaak weet of in een bepaalde periode zit moet je er wel rekening mee houden. En er zijn diverse meningen over, in mijn visie moet een stuit goed gesloten zijn, dik en stevig aanvoelen en niet te puntig. Maar door ervaring voel ik soms de oorzaak, dan is het niet iets van de desbetreffende duif maar een “tijdelijk of door oorzaak slechte stuit”. Bij de vleugels zijn voor mij enkele zaken van belang. Ik heb het armpje graag zo kort mogelijk, omdat ik duiven wil die 11 uur kunnen vliegen. Maar selecteer ik een vitesse duif dan mag het armpje gerust langer zijn en krijgt hij toch het woord “goed”. In mijn visie moet er een redelijke verspringing tussen de voorvleugel en achtervleugel zitten ofwel de pennen van de achtervleugel “de broek” moet wat korter zijn dan de eerste slagpen van de voorvleugel cq actieve vleugel. Wanneer men de jongen net afzet van de ouders dan kijkt u daar niet naar, pas na de grote rui is de verspringing goed zichtbaar. En heel belangrijk vind ik dat de eerste vier/vijf slagpennen van de voorvleugel mooi dicht tegen en over elkaar liggen. Ik wil geen zogenaamde kippenvleugel, een kip kan slecht vliegen omdat de pennen te ver uit elkaar staat. Een kippenvleugel bij duiven is belangrijk maar niet van levensbelang, ze kunnen gewoon prijs winnen natuurlijk, maar het kost hun tijd, ze hebben gewoon minder draag en slagkracht. Bij echte super duiven zie ik het nooit. Wel opletten: door geen bad te geven gaan de eerste pennen wat uit elkaar staan, worden wat smaller en het lijkt of ze vierkanter zijn, het is dan geen kippenvleugel van geboorte maar door de omstandigheden en de verzorging van de baas zo geworden. Verder zie ik bij top duiven altijd een vrij lange vleugel die tot in het donkere stuk van de staart komt. Soms ziet men een duif met een mooie lange vleugel en die toch niet tot in het donkere stuk van de staart komt.... deze duiven hebben een slechte rug, waardoor er een aangeplakte staart aan hangt.. het lijkt dan voor sommigen alsof de vleugels te kort zijn.

 

Al met al veel info over selectie. Na de keuring krijgt een duif een cijfer variërend van een 5 tot en met een 8,5. Geen enkele duif krijgt hoger dan een 8,5 (al denk ik het wel eens, deze verdiend een 9). In mijn methode kweekt men met alle duiven die het cijfer 8 hebben en dat is 8-. 8. 8+ of 8,5 soms moet ik het even uitleggen maar een 8- is dus net onder een 8 en een 8+ net boven de 8. Met een 7,5 kan men prima vliegen maar kweken pas wanneer het blijkt een excellente vlieger te zijn. In mijn visie moeten alle duiven onder de 7,5 verdwijnen van de hokken. Al vinden we heus wel eens een duif met een 7+ die het goed doet. Deze duif heeft dan veel verstand, oriëntatie en of motivatie en wat in het kopje van een duif aanwezig is kunnen we niet zien. Vooral als jonge duif en of op de vitesse zien we dus wel eens een 7 die het goed doet. Laat hem dan lekker op die afstanden, geniet er van maar kweek er niet uit. De kans dat uit matig gebouwde duiven een goede komt is bijna uitgesloten (kijk wel even bij het stukje over een goed kweekkoppel). Ik denk dat iedereen die echt selecteert op duiven met een 8, die bij elkaar houd en zijn best doet beter gaat presteren dan ooit. Dus: selecteren, gezond houden, uw best doen, training en voeding aanpassen aan de moderne tijd en 100% INZET VAN U ZELF. En let op: duiven voelen uw gemoedstoestand aan. Dus relax, rustig en wees één met uw duiven.

Terug