Berichtdetails

REACTIE OP EEN COLUMN
8-12-2023

Beste Michel Verweij,

Na het lezen van uw column "Beetje Klaar met Handkeuring" voel ik de behoefte om wat dieper in te gaan op het keuren van duiven en de nuances die u wellicht over het hoofd hebt gezien. Als ervaren keurder begrijp ik dat het verleidelijk is om alle handkeurders op één hoop te gooien na een specifieke ervaring, maar laten we de discussie verrijken met wat meer context.

U schrijft in uw column(van 1 December 2023) in de eerste alinea: “Of deze duiven ooit thuiskomen van een grote fondvlucht betwijfel ik”. De duiven waar u over spreekt met een iets denigrerende ondertoon zijn zoals u zelf ook schrijft tentoonstellingsduiven. Voor tentoonstellingen dus en geen speciaal voor de marathon gekweekte duiven. Tentoonstellingsduiven komen normaliter niet eens in de mand of voor een bevlogen klasse zo weinig mogelijk. Dat de duivenhouders ( u noemt ze nu houders in plaats van liefhebbers) er “leuk bezig mee zijn” is dan niks mis mee.

In de tweede alinea schrijft u over Jan Ouwerkerk en dat hij geen typische handkeurder is. Een typische handkeurder is volgens u iemand die minutenlang in de ogen van een duif kijkt, de vleugel echt bestudeert, aan de snavel van een duif trekt en in de bek kijkt. De mand is de enige die het echt weet. Verder schrijft u dat de zogenaamde kenners er vaak naast zitten en er veel van dit soort verhalen zijn. De handkeurder Hans was in het verleden(volgens u) best een goede marathon speler, echter de laatste jaren gaat het niet best. Hij keurt op veel hokken in Nederland en daarbuiten.

Er waren op de door u genoemde avond zo’n 50 fondduiven meegebracht (Fondspelers die deelnemers zijn in een groot nationaal inkorfcentrum nemen geen Vitesse of andere programma duiven mee). Door 50 verschillende spelers(iedereen 1 toekomstige jaarling dus nog jonge duif). De eigenaar van de latere winnaar(De Snor) van de competitie(Ed) vond het echt vervelend dat zijn duifje niet serieus genomen werd. Over het algemeen zijn marathon spelers erg nuchter en worden ze niet anders van een minder cijfertje. Hoeveel van die 50 duiven waren er over voordat de eerste jaarlingen marathon vlucht op de agenda stond ?. Hoeveel van die 50 gingen mee op deze vlucht en hoeveel wonnen er prijs? De commissie heeft alle ringnummers en eind beoordelingen in hun bezit, dus het is gemakkelijk na te zoeken. Ik maak tegenwoordig foto;s van de einduitslag, helaas blijkt dat nodig. Waren er op die eerste marathon vlucht voor jaarlingen ook duiven die zich vroeg in de uitslag lieten zien( van de lijst van 50 stuks)? En wat was hun beoordeling door keurder Hans? En hoeveel van die 50 deelnemende duiven waren er nog op die tweede marathon vlucht voor jaarlingen, waren hier andere duiven vroeg op de uitslag die de eerste keer niet mee waren of geen prijs hadden? Hoeveel van die 50 deelnemende fondduiven behaalden op beide vluchten prijs? Om de door u genoemde competitie te winnen moest er dus op deze twee vluchten 100% prijs gewonnen worden. De Snor bleef alle concurrenten dik voor en was dus de terechte winnaar. Graag zou ik de beoordelingen zien van de keurder Hans zelf en wat hij precies zei over de uiterlijkheden van de Snor. Het negatieve oordeel was snel geveld. Kennelijk voldeed “De Snor” niet. Dat negatieve oordeel op de betreffende avond ging dat over de uiterlijke kenmerken of had het te maken met hoe de duif er op dat ogenblik uit zag qua gezondheid, rui en of gewicht. Het zou interessant zijn voor de lezers van uw column om het gehele hier voor genoemde plaatje te beschrijven en plaatsen.

Allereerst wil ik benadrukken dat er vaak een verschil zit in de types duiven voor ochtendlossing en middaglossing. Het beoordelen van duiven voor deze verschillende disciplines vergt specifieke kennis en ervaring. Een duif voor ochtendlossing kan er als jonge duif anders uitzien dan wat je verwacht, maar dat betekent niet dat deze minder potentie heeft. Soms groeien duiven van het type ZLU of ochtendlossing pas op latere leeftijd in hun potentieel. Belangrijk is ook de erkenning dat de omgeving van een duif een cruciale rol speelt in zijn prestaties. Een top liefhebber kan met het juiste systeem qua voeding en verzorging een minder gebouwde duif omvormen tot een succesvolle vlieger. Aan de andere kant kunnen liefhebbers met geweldig gebouwde duiven met goede genen falen in prestaties door factoren als tijdsgebrek, slechte hokomstandigheden, of onvoldoende ervaring in voeding en begeleiding. Wat de rug betreft, vooral bij duiven van het type ZLU voor ochtendlossing, is het niet ongewoon dat ze als jonge duif of jaarling een matige rug hebben. Deze duiven lijken soms uit twee stukken te bestaan. Echter, met de juiste training en spiergroei transformeert deze ogenschijnlijk matige rug vaak tot een goed ontwikkelde rug op latere leeftijd, wanneer de duif de vluchten vliegt waarvoor ze gekweekt zijn. Het is essentieel om rekening te houden met de rui periode en jeugdigheid van de duif bij het keuren. Duiven die in de rui zijn, voelen soms minder aan( soms vallen ze tijdelijk uiteen met open stuiten en aangeplakte staarten), maar dat is geen indicatie van hun potentieel. Een goede keurder moet proberen aan te geven hoe een duif in de toekomst gaat uitgroeien, rekening houdend met deze natuurlijke processen en de specifieke eisen van de vluchten waarvoor ze zijn gefokt.

Mocht u geïnteresseerd zijn, kom ik graag uw jongen(van 2023) keuren, zetten we alles op papier en houden we het voor de lezers van het spoor een aantal seizoenen bij. Omdat het fondduiven zijn is het eindoordeel na het seizoen van 2026 en of 2027. Het is zeker van belang dat de te beoordelen vliegers op één adres vliegen om de beoordelingen zo zuiver mogelijk te kunnen vergelijken. Daarna kunt u mij beoordelen als keurder van postduiven.

PS voor de lezers, ik ben niet de persoon in het hier voor genoemde verhaal over Ed, Hans en de Snor

Met vriendelijke groet,

Gert Jan Beute

Terug