Columns en artikelen Gert Jan Beute

Column 'analyse Duffel Afdeling Noord-west'

24-5-2026

Totale Analyse Duffel 23 mei 2026 — Massabreuk, Westelijke Drift en de Les van de Marathonduiven


De vlucht vanuit Duffel van zaterdag 23 mei 2026 zal waarschijnlijk nog jarenlang besproken worden binnen Afdeling Noord/West.
Op papier leek het vooraf een vrij normale vitessevlucht:
- vroege lossing om 07.00 uur
- geen regenfronten
- geen zware tegenwind
- en op de gewone weerkaarten zelfs redelijk vliegweer

Maar de werkelijkheid bleek totaal anders.
Al snel werd duidelijk dat deze vlucht onderweg volledig ontspoord was geraakt.

De eerste signalen

De vroegste melding van de gehele afdeling viel al om:
- 08.56 uur
- op 181 kilometer
Dat wees aanvankelijk nog op een snelle normale vlucht.
Maar daarna begon het vreemde verloop.
De absolute kop van de afdeling viel opval
De allersnelste melding viel bij: Tietjerk — 1661 mpm
Daarna volgden vrijwel direct:
Feanwâlden (Veenwouden)
Veenwoudsterwal
Buitenpost, Kollum
Harkema, Twijzelerheide, Kootstertille, De Westereen (Zwaagwesteinde)
Wanneer uitsluitend gekeken wordt naar:
woonplaats, afstand en snelheid, dan ontstaat bijna letterlijk een geografische snelheidsbaan door de afdeling.
En die baan lag opvallend:
- noordwestelijk
- tot noordoost-Friesland.
Dat is enorm opvallend.
Bij een normale Duffel-vlucht ligt de kop meestal veel breder verdeeld over: de gehele afdeling Noord-west(de oude afdeling 11)
Maar vandaag zat de absolute kop geconcentreerd in:
- noord Friesland
- noordoost Friesland
- en de Woudenstreek.
Daarnaast vielen ook vroege duiven in:
- Harlingen
- Midlum
- Ternaard
- Leeuwarden
- Sneek
Dat zijn allemaal plaatsen dicht tegen:
- de noordkant
- en westkant van Friesland.
Dus de volledige koplijn lag opvallend:
- noordelijk én westelijk.
Wat vrijwel volledig ontbrak in de absolute kop waren: 
- Zuidoost-Friesland
- Noordoostpolder
- Kop van Overijssel
En dat is misschien wel één van de belangrijkste aanwijzingen van de hele vlucht.
Bij: westenwind of noordwestenwind zou normaal gesproken juist de oostzijde van de afdeling voordeel moeten hebben.
Maar vandaag gebeurde exact het tegenovergestelde.
De GPS-duiven vertelden het echte verhaal
De grote doorbraak in de analyse kwam door twee duiven met trackingringen van Peet Burger uit Wolvega die we volgden vanaf de start, al vrij snel vlogen ze over zee, van Den Haag tot Den Helder vlogen ze over de Noordzee maar met de kustlijn in zicht.
Daaruit bleek:
- één duif vloog via dat traject en de Afsluitdijk en ging daarna richting zuidoost naar de thuisbasis Wolvega. Die duif stond zelfs nog op de uitslag, een andere trok zelfs richting Texel en later Terschelling.
En daarmee viel eigenlijk alles op zijn plaats.
De massa duiven was onderweg namelijk niet oostelijk gedrukt, maar juist:
westelijk weggetrokken.
Dat past veel beter bij:
- oostelijke
- zuidoostelijke
- of zuidelijke stromingen
in combinatie met:
- zwakke wind
- thermiekvorming
- instabiele luchtlagen
- en afwijkende wind op vlieghoogte.

De snelheidslijn in het eigen vlieggebied
Ook in het eigen vlieggebied werd exact hetzelfde patroon zichtbaar.
De snelste duif viel bij:
Kees Hoeben — Wolvega 09.21 uur - 223 km - 1581 mpm
Dat is nog altijd een enorm hoge snelheid.
Dus:
de eerste correcte groep had géén zware vlucht.
Maar vervolgens brak de vlucht volledig open.
Kees Hoeben klokte zijn tweede duif pas: 41 minuten later en dat met 29 duiven mee, Bij een normale vitessevlucht is zo’n gat vrijwel onmogelijk.
Ook verder in het vlieggebied liep de snelheid snel terug:
- Tjalleberd — 1529 mpm
- Oudehorne — 1527 mpm
- Noordwolde — 1525 mpm
- Jubbega — 1498 mpm
- Oosterwolde — 1427 mpm. Hieruit werd duidelijk:
- de snelheidslijn lag veel westelijker dan normaal
- hoe verder oostelijk, hoe slechter het verloop werd.
Wat gebeurde er waarschijnlijk onderweg?
Fase 1 — België / Zuid-Nederland
Waarschijnlijk ontstond al vroeg:
- een zwakke ZO/Z-wind
- weinig echte stuurwind
- snel opwarmende lucht
- en onrustige luchtlagen.
Daardoor begon de massa langzaam: naar west/noordwest af te glijden.
Fase 2 — West Nederland / IJsselmeergebied
Daar ontstonden waarschijnlijk:
- thermische luchtbellen
- instabiele luchtlagen
- afwijkende wind op vlieghoogte.
En juist daar lijkt de hoofdmassa:
- volledig westelijk weggetrokken.
Een groot aantal duiven ging daardoor:
- via Noord-Holland
- richting Afsluitdijk
- en sommige zelfs richting Texel en Terschelling.
Wanneer die duiven vervolgens alsnog de juiste lijn naar Friesland vonden, komen ze in:
- Leeuwarden
- noord Friesland
- noordoost Friesland
nog verrassend vroeg vallen wat ook gebeurde.
Maar de duiven die vervolgens nog terug moesten naar:
- Zuid-Friesland
- grensgebied Drenthe
- kop Overijssel
- Noordoostpolder
maakten in werkelijkheid veel meer kilometers dan op papier stond.
Fase 3 — Correctie van kleine kopgroepen
Waarschijnlijk konden slechts kleine kopgroepen:
- tijdig corrigeren
- of bleven zij meer aan de oostzijde van het IJsselmeer via Urk omhoog richting Friesland vliegen.
Maar de grote hoofdmassa:
- brak open
- raakte verspreid
- en verloor volledig de compacte vluchtlijn.

Waarom deze vlucht zo bijzonder slecht verliep
Dit was géén klassieke slechtweer-vlucht met:
regen, storm, grote regengebieden of zware tegenwind.
Integendeel.
De eerste duiven vlogen juist extreem hard.
Maar precies dát maakte het verraderlijk.
De duiven die goed zaten:
- haalden snelheden boven 1600 mpm.
Terwijl duizenden andere duiven:
- verkeerd trokken
- westelijk afdreven
- en compleet verspreid raakten.
Dat verklaart:
- de enorme gaten
- de dramatische nakomst
- de problemen bij topspelers die op deze afstanden altijd het mooie weer maken. 
- en de nog altijd ontbrekende duiven uren later.

De opvallende rol van de marathonspelers
Misschien wel het meest opvallende van deze vlucht was het verschil tussen:
- de typische programmaduiven en:
- de echte marathonduiven. In de vereniging spelen twee liefhebbers vooral met marathonduiven:
- rustige fondduiven
- vaak op nest gespeeld
- minder explosief en op normale vitessevluchten meestal kansloos tegen de echte snelheidsduiven.
Vaak hebben deze twee samen: ongeveer 150 duiven mee en misschien slechts 10 tot 20 prijzen.
Maar vandaag gebeurde het tegenovergestelde.
Ultje Jellema: 48 mee 35 prijzen waaronder vier duiven bij de eerste tien van de vereniging.
Peet Burger: 98 mee 30 prijzen.
En misschien nog opvallender:
beide marathonspelers hadden om 19.00 uur vrijwel alles thuis.
Terwijl de meeste programmaspelers:
- gemiddeld nog ongeveer 30% van hun duiven misten.

Dat zegt enorm veel.
Waarom deden de marathonduiven het vandaag zo goed?
Waarschijnlijk omdat juist vandaag niet:
- pure snelheid
- explosiviteit
- sprintvermogen
de belangrijkste factor was.
Maar juist: rust, koersvastheid, zelfstandigheid en het vermogen om individueel te corrigeren de doorslag gaven.
Marathonduiven zijn gewend:
- alleen te vliegen
- fouten onderweg te herstellen
- minder afhankelijk te zijn van de grote massa.
En precies dát lijkt vandaag hun enorme voordeel geweest te zijn.

Te vroeg gelost?
Op internet en sociale media werd later op de dag door meerdere liefhebbers gezegd dat: de duiven waarschijnlijk te vroeg gelost zijn.
Volgens verschillende spelers zou een lossing: na 08.30 uur mogelijk beter geweest zijn.
Waarom? Omdat:
- de luchtlagen dan waarschijnlijk stabieler waren geworden
- de thermische onrust beter zichtbaar zou zijn geweest
- en de zwakke ochtendstromingen zich duidelijker hadden ontwikkeld.
Juist bij:
- zwakke wind
- snel opwarmend weer
- en instabiele lucht
kunnen vroege lossingen soms extreem verraderlijk zijn.

Conclusie
De vlucht vanuit Duffel van 23 mei 2026 was waarschijnlijk één van de duidelijkste voorbeelden van de laatste jaren waarbij:
- zwakke wind
- thermische instabiliteit
- afwijkende luchtstromingen op vlieghoogte
- massale westelijke drift
- en het volledig uiteenvallen van de massa
een complete massabreuk veroorzaakten.
Dankzij moderne GPS-ringen werd nu voor het eerst echt zichtbaar:
- waar een groot deel van de duiven fout ging
- hoe ver de drift werkelijk was
- en waarom deze vlucht zo dramatisch verliep.
Misschien nog opvallender was dat juist de rustige marathonduiven:
- koersvaster
- zelfstandiger
- en betrouwbaarder bleken
dan de typische snelle programmaduiven.

En precies dát maakt deze vlucht waarschijnlijk zo leerzaam voor de toekomst.

 

Terug