Columns en artikelen Gert Jan Beute

Column 'Onderzoek door AI slecht of matig verlopen vluchten 23 Mei'

25-5-2026

Onderzoek landelijke slecht verlopen vluchten – 23 mei 2026

Dit document bevat een uitgebreide analyse van de vermoedelijke oorzaken van de slecht verlopen vluchten op zaterdag 23 mei 2026 in Nederland. Vrijwel alle afdelingen hadden zowel op de Vitesse als op de eendaagse fond een moeizaam verloop. Het doel van deze analyse is om patronen te herkennen die later gebruikt kunnen worden voor het voorspellen van toekomstige vluchten.

1. Het algemene landelijke beeld

Op zaterdag 23 mei 2026 verliepen in vrijwel geheel Nederland zowel de Vitesse-vluchten
als de eendaagse fondvluchten matig tot slecht.

Wat vooral opviel:
- grote verschillen tussen vroege en late duiven;
- lange prijsduren;
- veel duiven die laat op zaterdag of pas zondag thuiskwamen;
- sterke verschillen tussen regio’s en verenigingen;
- topduiven die nog goed presteerden, maar daarachter een sterke terugval.

Dit patroon was niet beperkt tot één afdeling of één losplaats.
Dat betekent dat de oorzaak waarschijnlijk gezocht moet worden in een algemene
lucht- en weersituatie boven Nederland en Noord-Frankrijk.

2. Was er te vroeg gelost?

Er werd veel gesproken over de vraag of de duiven te vroeg gelost waren.
Toch lijkt dit niet de hoofdverklaring.

Vroeg lossen is vaak juist gunstig omdat duiven dan een groot deel van de vlucht
kunnen afwerken vóór de zwaarste thermiek en warmte van de middag.

Het probleem op 23 mei lijkt eerder geweest te zijn dat:
- de lucht in de vroege ochtend redelijk rustig leek;
- maar dat de omstandigheden onderweg snel veranderden.

Daardoor konden de kopduiven vaak nog goed doorkomen,
terwijl de massa later in een veel moeilijkere lucht terechtkwam.

3. Snelle opwarming van de atmosfeer

Een zeer belangrijk punt was de snelle overgang van een koelere en wisselvallige periode
naar plotseling warm zomerweer.

In Nederland steeg de temperatuur zaterdag lokaal richting 28 tot 30 graden.
Zo’n snelle overgang veroorzaakt vaak:
- onstabiele luchtlagen;
- stijgende warme lucht;
- sterke thermiek;
- lokale luchtwervelingen.

Voor mensen lijkt het dan prachtig weer,
maar voor duiven ontstaat juist een moeilijke en onrustige vlieglaag.

4. Thermiek als mogelijke hoofdrolspeler

Vanaf later in de ochtend ontwikkelde zich waarschijnlijk steeds meer thermiek.

Thermiek ontstaat doordat de zon het aardoppervlak snel verwarmt.
Warme lucht stijgt op en veroorzaakt onrustige luchtstromingen.

Vooral tussen ongeveer 10.00 uur en 15.00 uur kan dat:
- groepen uiteen trekken;
- duiven uit de koers tillen;
- snelheidsschommelingen veroorzaken;
- extra vermoeidheid geven.

De eerste duiven zaten vaak nog vóór de zwaarste thermiek in Nederland.
De massa daarachter kreeg daar veel meer last van.

5. Draaiende en verschillende windlagen

Een andere belangrijke factor lijkt het verschil tussen grondwind en bovenlucht geweest te zijn.

Op verschillende plaatsen werden uiteenlopende windrichtingen gemeld:
- zuidoost;
- westzuidwest;
- west;
- westnoordwest.

Dat lijkt tegenstrijdig, maar kan verklaard worden doordat:
- de windrichting per hoogte verschilde;
- de wind gedurende de dag draaide;
- verschillende regio’s een andere luchtstroming hadden.

Voor duiven telt niet de wind op één meetpunt,
maar de werkelijke luchtlaag waarin zij honderden kilometers vliegen.

6. Saharastof en hoge sluierbewolking

Op verschillende weerbeelden werd melding gemaakt van Saharastof
en hoge sluierbewolking.

Dat zorgt vaak voor:
- een melkachtige lucht;
- diffuus zonlicht;
- minder scherpe horizon;
- veranderde lichtoriëntatie.

Hoewel dit niet direct rampweer veroorzaakt,
kan het wel bijdragen aan een moeilijker oriëntatiebeeld voor duiven.

7. Waarom zowel Vitesse als fond slecht verliepen

Dat zowel korte als langere vluchten moeizaam verliepen,
is een belangrijke aanwijzing.

Normaal reageren Vitesse en eendaagse fond verschillend op weersomstandigheden.
Wanneer beide vluchtsoorten tegelijk slecht verlopen,
wijst dat meestal op een algemene luchtverstoring.

Waarschijnlijk speelde dus geen puur lokaal probleem,
maar een bredere atmosferische situatie.

8. Wat leren we hiervan voor toekomstige voorspellingen?

Voor toekomstige analyses moeten niet alleen temperatuur en windrichting bekeken worden,
maar vooral:
- stabiliteit van de lucht;
- snelheid van opwarming;
- thermiekverwachting;
- windlagen op hoogte;
- verschil tussen ochtend en middag;
- kans op draaiende wind;
- hoge bewolking of Saharastof.

Belangrijk is ook dat een dag met mooi zonnig weer
voor duiven juist moeilijk kan zijn.

9. Werkhypothese voor seizoen 2026

De voorlopige werkhypothese voor seizoen 2026 luidt:

Wanneer na een koelere periode plotseling warm en zonnig weer ontstaat,
in combinatie met zwakke of draaiende wind,
dan ontstaat vaak een verraderlijke vliegdag.

Vooral wanneer:
- de lucht in de vroege ochtend rustig lijkt;
- maar vanaf laat in de ochtend sterk actiever wordt.

Dat kan leiden tot:
- goede kopduiven;
- maar slechte prijsduren;
- grote verschillen per regio;
- veel achterblijvers;
- onregelmatige aankomsten.

10. Eindconclusie

De slecht verlopen vluchten van 23 mei 2026 lijken niet veroorzaakt te zijn
door één verkeerde lossing of één fout.

Waarschijnlijk was sprake van een combinatie van:
- snelle opwarming;
- thermiek;
- draaiende windlagen;
- onrustige bovenlucht;
- mogelijk Saharastof en hoge sluierbewolking.

Voor de buitenwereld leek het vaak mooi vliegweer.
Maar voor duiven was de lucht waarschijnlijk veel moeilijker dan zichtbaar was.

Deze analyse wordt meegenomen in het seizoenoverzicht 2026
om toekomstige voorspellingen nauwkeuriger te maken.

 
Terug