Lees het dagboek van Gert Jan Beute

Dagboek donderdag 10 juli 2025

10-7-2025

Peppie, het postduifje dat geen postduif was

Soms belanden er duiven op je hok waarvan je denkt: hoe dan? Zo eentje is Peppie. Een duif die je zelf nooit zou kweken, laat staan inkorven — maar die zich ongevraagd een plaatsje in je hart verovert.

Weken geleden kregen we van Henk Kromkamp uit Ter Idzard een jonge duif in onze handen gedrukt. Henk weet dat wij wel van een aparte kruising houden. En dus kwam hij met een zwarte jongeling aanzetten, die je nog het best kon omschrijven als… een soort duivengedrocht. Vader: een kruising tussen een Amerikaanse Homer en een Duitse schoonheidsduif. Moeder: een Deense Tuimelaar. Geen stamboom om van te watertanden — eerder om van te glimlachen.

Maar ach, schoonheid zit niet in veren alleen. Peppie, zoals we haar (of hem?) zijn gaan noemen, werd hartelijk opgenomen tussen een stel marathonduifjes die we net hadden gehaald bij Eddie Bloemen in Staphorst. En Peppie, niet gehinderd door enige kennis van afkomst of capaciteiten, besloot dat hij (laten we hem maar een hij noemen) óók gewoon een postduif was.

Vanaf dag één trainde hij vrolijk mee. Geen enkel sierduifcomplex, geen aarzeling. Terwijl z’n soortgenoten normaal gesproken een halve meter recht omhoog tuimelen en dan weer neerploffen, bleef Peppie trouw met de ploeg mee rondjes draaien boven het hok. Niet elegant, wel enthousiast.

Tot gisteren.

Toen vond Peppie zichzelf blijkbaar zó goed dat hij zonder blikken of blozen aansloot bij de oude vliegduivinnen. Die hadden geen zin in een toeristisch rondje boven het huis. Nee, die gingen zoals altijd volle bak richting horizon en bleven minstens een uur weg.

Peppie hield dapper stand. Zijn lange nek en opvallend uitgerekte vleugels maaiden door de lucht alsof hij ermee geboren was. Maar ergens tussen hier en daar (lees: Gorredijk) verloor hij de aansluiting. En omdat zelfs de dapperste bastaardduif op een gegeven moment snakt naar rust, streek Peppie neer op het hok van Brand Stoelwinder.

Brand keek vreemd op. Wat deed die rare zwarte duif op zijn spoetnik? En waarom kwam-ie zomaar binnengewandeld? Gelukkig bracht de Deense Tuimelaarvereniging uitkomst. Die wist Peppie feilloos te herleiden naar Henk Kromkamp, en Henk riep direct: “Dat zal Peppie wel zijn van Petra en Gert-Jan!”

Vandaag reed ik even naar Gorredijk. Peppie zat alweer monter op een plankje te koeren. Toen hij me zag, begon hij zowaar een blij deuntje. Of het nou herkenning was of gewoon blijdschap om weer naar huis te mogen — het was hartverwarmend.

Zo zie je maar: zelfs een duif die geen duif is in de klassieke zin, kan een verhaal schrijven dat de meeste echte postduiven nooit zullen beleven. Peppie is geen kampioen. Geen stamvader. Geen favoriet. Maar hij is een held in zijn eigen avontuur.

En eerlijk? Dat is misschien wel het mooiste wat je kunt zijn.

Terug