Lees het dagboek van Gert Jan Beute

Dagboek donderdag 17 juli 2025

17-7-2025

Peppie, deel 3 — Vrienden voor het leven

Er zijn van die momenten die je niet plant. Ze overkomen je. En als je geluk hebt, vang je ze in een paar woorden — al doen woorden soms tekort. Zoals vanavond, toen Brand Stoelwinder op bezoek kwam om te kijken hoe het met Peppie ging.

We zaten buiten. Koffie erbij. Zomers zonnetje. Duiven los.

Het marathonploegje ging als altijd als een pijl uit de boog de lucht in. En jawel — daar zat hij weer tussen: Peppie, onze zwarte buitenbeentje, die nog steeds gelooft dat hij een volleerd vlieger is. Met zijn lange vleugels, kromme snavel en die altijd wat te nieuwsgierige blik schoot hij mee de lucht in, alsof hij óók een kanshebber was voor Barcelona.

Drie kwartier lang doorkliefde hij de lucht. Tot het hem blijkbaar te gortig werd. En toen gebeurde het. Met een machtige duikvlucht kwam hij naar beneden, een soort vrije val met richtinggevoel. Hij landde met een klap op de grond — op nog geen meter van Brand.

En dan die blik.

Alsof hij dacht: Hé, jou ken ik.

Alsof hij zich herinnerde dat hij daar, in Gorredijk, nog op het hok had gezeten van deze man met baard. Alsof hij wist: dat was de man die me pinda’s gaf en me niet wegjoeg toen ik verdwaald was.

Brand zei zachtjes wat tegen hem. En Peppie, zonder aarzeling, waggelde naar hem toe. Lange poten, wiegende nek, een beetje houterig, een beetje aandoenlijk — maar recht op z’n doel af. Alsof hij wilde zeggen: Goed je weer te zien, vriend.

En zo zaten we daar. Twee mensen, een duif, en een herinnering die in het rond dwarrelde als een veertje in de zon.

Na een kwartier kwam het marathonviertal terug. Krachtig, vastberaden, gericht op huis en hok. Peppie keek op. Even was er twijfel. Maar toen draaide hij zich om, gaf Brand nog een blik van “het was gezellig” — en vloog op. Niet elegant, wel doelgericht. De jongens wachten op me.

Brand bleef uiteindelijk vier uur.

En steeds weer dwaalde zijn blik naar het hok. Naar de plek waar Peppie zat. En even vaak keek Peppie terug. Een paar seconden maar. Oogcontact tussen mens en dier. Tussen iemand die even uit koers was geraakt, en iemand die precies op het juiste moment daar was om hem op te vangen.

Soms hoef je niet meer te zeggen dan dat.

Peppie is niet alleen een duif. Hij is een verhaal. Een ontmoeting. Een herinnering met vleugels.

Terug