Lees het dagboek van Gert Jan Beute

Dagboek donderdag 26 maart 2026

26-3-2026

Seizoen 2025: Resultaten, Realiteit en Vooruitkijken

Het afgelopen seizoen met de jonge duiven was er één om niet snel te vergeten. Geen verliezen, een reeks aan prijzen en bovenal een hok dat het hele jaar door gezond bleef. Alles klopte. Toch zat het verschil niet in één detail, maar juist in een aanpak die tegen de stroom in ging.

Waar veel liefhebbers verduisteren op de bekende manier, werd hier gekozen voor een rigoureuze aanpak: volledige afsluiting van het daglicht. Houten platen tegen de ramen, aan de binnenzijde. Van 17.00 uur tot 08.00 uur was het simpelweg pikdonker. Geen schemer, geen invloeden van buitenaf. Alleen rust.

Om 08.00 uur gingen de lampen aan en begon de dag. Na de training van de oude duiven kregen de jongen hun moment. De kleppen gingen open en ze konden in een verrijdbare volière, waar ze zon en zuurstof opnamen. Na een kwartier tot een half uur werd de volière opzij gereden en volgde het vrije luchtruim.

Na het vliegen werden ze strak binnengeroepen en gevoerd. Structuur, ritme en controle. Daarna opnieuw keuzevrijheid: binnen of in de volière. Dat systeem werkte opvallend goed, ondanks de kritiek die vooraf massaal werd geuit.

Op social media waren de reacties voorspelbaar. “Dat wordt niks”, “ze groeien niet uit”, “te weinig zonlicht”. Vooral uit België kwam er veel weerstand. Tegelijk waren er ook liefhebbers die het begrepen, of het zelf al eens succesvol hadden toegepast.

Aan het eind van het seizoen sprak de praktijk voor zich. Van de 56 ingezette jonge duiven bleven er 54 over. In de vereniging werd een reeks duifkampioenschappen behaald. Geen theorie, maar resultaat.

Na de laatste vlucht volgde de selectie. De jonge duiven werden door de hand genomen, de nog niet geruide staartveren verwijderd en beoordeeld op bouw, karakter en afkomst. Prestaties als jonge duif spelen hierin een ondergeschikte rol. Ze zijn leuk, maar geen garantie voor de toekomst.

Bij de doffers werd flink verjongd. Oudere duiven maakten plaats voor jonge krachten. Bij de duivinnen bleef meer ervaring behouden. Uiteindelijk stond er een ploeg van 38 duivinnen en een vergelijkbaar aantal doffers.

Maar zoals ieder jaar kwam ook de realiteit. Blessures, roofvogels, pech. Op 26 maart 2026 waren er nog 28 duivinnen over. De verliezen waren fors, maar niet ongebruikelijk. De beste duiven vielen uit, anderen namen hun plaats in.

Dat is de kern van de sport: accepteren wat wegvalt en focussen op wat overblijft. Elke topduif wordt vroeg of laat vervangen, vaak door een duif die je vooraf niet had aangewezen.

Opvallend genoeg wordt het succesvolle verduistersysteem dit jaar waarschijnlijk niet herhaald. Niet omdat het niet werkte, maar juist om het tegenovergestelde te bewijzen. Dit seizoen wordt er niets gedaan: geen verduisteren, geen bijlichten. Gewoon de natuur haar werk laten doen. Althans zo denk ik er nu over, ik heb nog vier dagen tot 1 April.

Daarnaast speelt er nog een ander aspect: de start van het seizoen. Door maatregelen rondom vogelgriep zijn de wedstrijden uitgesteld. Hoewel postduiven geen rol spelen in de verspreiding, vallen ze wel onder dezelfde regelgeving.

Het gevolg: trainen mag, vervoeren niet.

De verwachting is dat er pas in mei gestart wordt. België en Duitsland zijn al begonnen of volgen snel, maar Nederland houdt vast aan strengere regels. Begrijpelijk vanuit beleid, maar frustrerend voor de liefhebber.

Misschien ligt daar ook een les. Starten in mei heeft voordelen: meer daglicht, betere omstandigheden en minder druk van roofvogels. Voor werkende liefhebbers betekent het simpelweg meer kwaliteit in verzorging.

Het seizoen 2026 zal anders verlopen. Minder zekerheden, andere omstandigheden, maar dezelfde basis: vertrouwen in het systeem en de duiven.

Want uiteindelijk blijft één ding overeind: resultaten komen niet uit theorie, maar uit wat er op het hok gebeurt.

 

Terug