Lees het dagboek van Gert Jan Beute
Dagboek zaterdag 28 maart 2026
28-3-2026
Eén Europa… behalve als het om duiven gaat
We horen het vaak: we zijn één Europa.
Vrij verkeer van mensen, goederen en diensten. Grenzen zijn er eigenlijk niet meer.
Totdat je met duiven wilt gaan spelen.
Dan blijkt ineens dat die grenzen er wél zijn. En hoe.
Neem nou Baarle-Nassau en Baarle-Hertog.
Een dorp waar de grens letterlijk door straten en huizen loopt. Aan de ene kant woon je in Nederland, aan de andere kant in België. Soms loopt de grens zelfs dwars door een woonkamer.
Maar het mooiste voorbeeld zie je nu.
Aan de Nederlandse kant: niets. Geen vluchten. Alles stil.
Aan de Belgische kant: manden in de wagen en spelen maar.
Het verschil? Een paar meter.
De duiven weten het niet. Die vliegen gewoon over die grens heen alsof er niets aan de hand is. Maar wij mogen het niet. Want wij vallen onder Den Haag.
En daar zit precies het probleem.
Bij zaken als vogelgriep is Europa ineens geen Europa meer. Dan bepaalt ieder land zijn eigen regels. Nederland kiest voor zekerheid. België kiest voor ruimte.
Gevolg: dezelfde lucht, dezelfde vogels, maar totaal andere regels.
En dat voelt krom. Heel krom.
Want leg dat maar eens uit aan een liefhebber in Baarle.
Dat hij zijn duiven moet laten zitten, terwijl zijn buurman letterlijk tien meter verderop ze gewoon kan inkorven.
Dat wringt. En dat zal het ook blijven doen.
Maar als je er iets langer over nadenkt, zit er misschien ook een andere kant aan dit verhaal.
We willen altijd vroeg beginnen. Liefst zo snel mogelijk. Februari met uitlaten, Maart met training het kan ons niet vroeg genoeg zijn.
Maar is dat eigenlijk wel zo logisch?
Voor veel liefhebbers begint het probleem juist daar.
Werkende mensen komen vaak pas rond vijf of zes uur thuis. In februari en maart is het dan al schemerig of zelfs donker. Dan moet er nog gevoerd worden, verzorgd, gekeken. Alles onder tijdsdruk.
Een maand later ziet de wereld er ineens anders uit.
Meer licht. Meer tijd. Meer rust.
En ook voor de duiven zelf.
Wie goed kijkt, ziet dat in het vroege voorjaar de roofvogeldruk vaak het hoogst is. Koude, schrale omstandigheden, weinig alternatief voedsel dat is precies wanneer de klappen vallen.
Begin je in mei, dan is dat vaak al anders. Meer aanbod in de natuur, minder druk op de duiven. En meestal is het jaarlijks terugkerende vogelgriepvirus verdwenen rond die tijd.
Misschien moeten we onszelf dus eens een eerlijke vraag stellen.
Is later beginnen eigenlijk wel zo’n nadeel?
Of is het stiekem een verbetering waar we nooit zelf voor gekozen zouden hebben?
Met het veranderende klimaat kunnen we tegenwoordig zonder problemen langer door spelen. Waar vroeger half september het einde was, kun je nu prima door tot half oktober.
Dan verschuif je het seizoen gewoon een maand.
Later beginnen, later eindigen.
Meer rust in het voorjaar. Meer kansen in het najaar.
Misschien is dat wel de echte les van dit verhaal.
Dat iets wat in eerste instantie voelt als een beperking, uiteindelijk ook een verbetering kan zijn.
En dat we soms, tegen onze natuur in, even moeten wachten.
Zelfs in één Europa.
Gert Jan Beute
Terug