Lees het dagboek van Gert Jan Beute

Dagboek maandag 25 mei 2026

25-5-2026

Sourdun – Een vlucht met dubbele gevoelens

Afgelopen zaterdag waren het van die vluchten waar je als liefhebber al vroeg voelt: dit wordt er eentje om nooit meer te vergeten. Niet vanwege de overwinningen, maar vanwege het verloop. Zware, onregelmatige vluchten die opnieuw bewezen hoe dun de scheidslijn is tussen succes en teleurstelling op de eendaagse fond.

Donderdag werden hier 27 duiven ingekorfd voor Sourdun. Opvallend daarbij was dat er dit keer ook acht doffers mee gingen. Dat was jaren geleden. Uit ervaring bleek namelijk dat vooral de duivinnen bij ons beter presteren op de dagfond. Zeker jaarling doffers kunnen op de eerste zware fondvluchten vaak te druk zijn in de mand, teveel energie verspelen en bij moeilijke omstandigheden — denk aan zuidoostelijke wind, gesloten wolkendek of buiig weer — blijken ze mentaal en fysiek vaak kwetsbaarder. Bij slecht verlopen vluchten uit het verleden zagen we dan ook vaker doffers achterblijven.

Toch wilden we het dit jaar opnieuw proberen.

Naast de acht doffers gingen er negentien duivinnen mee. Dat aantal had eigenlijk groter moeten zijn, maar in het voorseizoen werden meerdere goede duivinnen gepakt door roofvogels of verongelukten tijdens de vluchten. Daardoor wordt zo’n eerste eendaagse fondvlucht automatisch ook een soort selectie. Welke duiven kunnen het écht aan? Maar met een vlucht als afgelopen zaterdag is dat nauwelijks eerlijk te beoordelen.

Tussen de ingezette ploeg zaten enkele absolute steunpilaren van het hok.

De 22-474 Perenna bijvoorbeeld. Een echte dagfondtopper die in haar carrière eigenlijk nog nooit had gemist. Ook in 2026 stond ze nog volledig foutloos op de uitslag. Zij werd als derde getekende gezet.

De tweede getekende was de 23-059 Quintessa vorig jaar nog asduif en eveneens een duivin die bijna nooit ontbreekt o.a reeds 1e Hirson en 1e Issoudun. Ook zij had dit seizoen nog geen steek laten vallen.

Als eerste getekende stond de 23-056 Quiona. Een echte “alles of niets”-duif. o.a 1e Arlon tegen 4.982 duiven. Wisselvalliger dan de andere twee, maar met uitzonderlijk veel kwaliteit. Zo’n duif die teletekst kan vliegen, maar ook een keer volledig kan ontbreken.

Als vierde getekende ging Q-Fleur 23-761 mee, daarnaast nog een achttal duivinnen die ondanks hun jonge leeftijd al een eerste prijs hadden gewonnen. Ook de tweeling 25-917 en 25-918 waren van de partij. Beide hadden dit seizoen al laten zien over bijzondere klasse te beschikken met een eerste prijs op hun palmares.

Maar hoe goed de voorbereiding ook is, de eerste eendaagse fond van het seizoen blijft altijd afwachten.

En zaterdag bleek opnieuw waarom.

Om 13.18 uur verscheen er vanuit grote hoogte ineens een stipje. Eén duif die zich letterlijk naar beneden liet vallen. Het bleek de tweede getekende, de 23-059. Alsof ze een trainingsvlucht had gehad, zo fris oogde ze. Geen spoor van een zware vlucht. Ze landde op de klep, stapte rustig over de antenne, keek even het hok in en vloog vervolgens kalm naar haar broedbak.

De klok wees 13.18.47 aan.

Later bleek dat goed voor 1390 meter per minuut was. Uiteindelijk leverde dat de 1e prijs in de vereniging op en de 2e prijs in het vlieggebied tegen 1.034 duiven.

De klok stond stil.

Normaal gesproken verwacht je dan snel meerdere duiven, maar het verloop was zorgwekkend traag. Heel traag zelfs. Pas om 13.44 uur arriveerden de tweede en derde duif vrijwel gelijktijdig.

De tweede duif was de jaarlingduivin 25-949 Silke ,een duivin die twee weken eerder nog een 1e prijs won en daarmee opnieuw bewees over karakter en kwaliteit te beschikken. Afgelopen jaar won ze ook reeds een 1e op Arlon.  Als derde duif meldde zich vervolgens de eerder genoemde 22-474, opnieuw een bevestiging van haar enorme betrouwbaarheid op de dagfond.

Een gat van ruim 25 minuten tussen de eerste en de volgende twee zegt op zulke vluchten vaak alles.

In de vereniging werd het uiteindelijk 1, 3 en 4.

Maar de echte uitslag van een zware fondvlucht lees je pas ’s avonds.

Van de 27 ingezette duiven waren er om 20.45 uur twintig thuis. Zondagochtend kwamen er nog vier bij en stond de teller op 24. Nu, maandagavond, blijft die teller daar nog steeds staan.

Nog drie duiven onderweg.

En juist dát is het dubbele gevoel van zulke zaterdagen. Je draait een prachtige vroege prijs met een topduif die opnieuw haar klasse bewijst, maar tegelijk overheerst het gevoel van onrust. Want wanneer vluchten zo verlopen, besef je opnieuw hoe hard en meedogenloos de duivensport soms kan zijn.

Terug