Lees het dagboek van Gert Jan Beute

Dagboek donderdag 4 juni 2026

4-6-2026

Het verschil tussen een afdeling en een afdeling

Column over Afdeling Noord, windinvloeden en het IJsselmeer

Het verschil tussen een afdeling en een afdeling
Waarom Afdeling Noord een verhaal apart blijft

De afgelopen weken zag ik verschillende discussies voorbij komen over de invloed van ligging, afstanden en wind op de uitslagen. Dat gebeurt niet alleen in Afdeling Noord, maar ook in andere afdelingen. Neem bijvoorbeeld Afdeling Zuidwest. Daar werd na de vlucht vanuit Châteaudun uitgebreid gesproken over verschillen tussen Zeeuws-Vlaanderen, Walcheren, Goeree-Overflakkee en West-Brabant.

En eerlijk is eerlijk: die verschillen zijn er ook.
Een liefhebber in Cadzand speelt onder andere omstandigheden dan een liefhebber in Oosterhout of Made. De wind werkt niet overal hetzelfde uit en ook de ligging ten opzichte van de vlieglijn speelt een rol.
Toch moest ik tijdens het bekijken van die uitslagen onwillekeurig denken aan onze eigen Afdeling Noord.
Want hoe reëel de verschillen in Zuidwest ook zijn, de schaal waarop wij in het noorden spelen is toch van een andere orde.

Domburg naar Hoeven
Om dat duidelijk te maken hoeven we niet eens naar ingewikkelde berekeningen te kijken.
Vrijwel iedere Nederlandse duivenliefhebber weet waar Domburg ligt.
Vrijwel iedere Nederlandse duivenliefhebber weet ook ongeveer waar Hoeven ligt.
Dat voelt als een enorme afstand.
Toch bedraagt het west-oostverschil tussen Domburg en Hoeven ongeveer 75 kilometer.
Maar zet daar eens onze afdeling naast.
Oost-Vlieland naar Brual
Aan de uiterste westkant van Afdeling Noord speelt Erik Houter op Oost-Vlieland.
Aan de uiterste oostkant spelen Gaby en Rainer Schwarte vanuit Brual, net over de Duitse grens.
Tussen die twee hokken ligt ongeveer 150 kilometer hemelsbreed.
Met andere woorden:
Afdeling Noord is van west naar oost ongeveer twee keer zo breed als het verschil tussen Domburg en Hoeven.
Dat is geen klein verschil.
Dat is enorm. Wanneer een vluchtlijn door de wind twintig of dertig kilometer opschuift, kan dat binnen onze afdeling grote gevolgen hebben voor de uitslag.
Maar dan komt het echte verschil
Toch zit het grootste verschil niet eens in die extra kilometers.
Het echte verschil heet:
IJsselmeer.
Dat water bepaalt al tientallen jaren meer uitslagen dan veel liefhebbers beseffen.
Want een duif kijkt niet naar een wegenkaart, Een duif kijkt naar herkenningspunten, Naar land, Naar structuren, Naar veiligheid.
En daarom zien we keer op keer dat de grote massa liever om het water heen vliegt dan er recht overheen.
Daardoor ontstaan binnen Afdeling Noord vaak twee grote verkeersstromen.
De oostelijke route
Via Gelderland, Overijssel, Noordoostpolder, Urk, Lemmer en Friesland.
De westelijke route
Via Zuid-Holland, Noord-Holland, Kop van Noord-Holland, Afsluitdijk en Friesland.
En precies daar ontstaat iets wat veel andere afdelingen nauwelijks kennen.
De uitslag wordt niet alleen bepaald door wind en afstand.
De uitslag wordt mede bepaald door de keuze van de massa.
Urk of Afsluitdijk
Op sommige vluchten lijkt Urk het middelpunt van Nederland.
Vrijwel de gehele vlucht trekt langs de oostkant van het IJsselmeer omhoog.
Op andere dagen zie je juist een massale verschuiving naar Noord-Holland.
Dan wordt de Afsluitdijk de belangrijkste toegangspoort naar Friesland.
Het verschil tussen beide scenario's bedraagt soms tientallen kilometers.
En dat terwijl de officiële afstanden exact hetzelfde blijven.
De afstand die niemand ziet
Misschien wordt dat nog duidelijker op een fondvlucht.
Neem een vlucht vanuit Sens of Châteauroux.
Op papier heeft een duif naar Brual een bepaalde afstand.
De computer trekt een rechte lijn tussen lossingsplaats en hok.
Maar vliegt die duif werkelijk die lijn? Vaak niet.

Stel dat een stevige oostenwind de massa naar Noord-Holland drukt.
Dan kan de route worden:
Frankrijk – België – Zuid-Holland – Noord-Holland – Afsluitdijk – Friesland – Groningen – Brual, de officiële afstand verandert geen meter, de werkelijk gevlogen afstand wel.
Een duif die theoretisch 600 kilometer moet vliegen kan in werkelijkheid tientallen kilometers extra maken.

En toch vergelijken we haar op de uitslag met een duif die misschien veel dichter bij de ideale vlieglijn bleef.
Daarom zijn uitslagen soms zo lastig te verklaren.
Respect voor iedere afdeling, begrijp me goed, dit is geen wedstrijd tussen afdelingen.
Ook in Zuidwest bestaan verschillen, ook daar speelt ligging een rol.
Ook daar kunnen wind en vlieglijn een concours volledig op zijn kop zetten.
Maar wanneer we puur naar geografie kijken, dan speelt Afdeling Noord in een eigen categorie.
De enorme breedte van ongeveer 150 kilometer.
De ligging van Oost-Vlieland tot Brual, de spreiding van Ameland tot Dronten.
En vooral het IJsselmeer dat als een enorme natuurlijke barrière midden door het speelveld loopt, dat maakt onze afdeling uniek.

Slot
Misschien is dat wel de reden waarom vluchtvoorspellingen in Afdeling Noord zo moeilijk blijven, niet omdat de duiven anders zijn, niet omdat de liefhebbers anders zijn Maar omdat de kaart anders is.
Een liefhebber in Domburg en een liefhebber in Hoeven lijken ver uit elkaar te wonen.
Totdat je ontdekt dat de afstand tussen Oost-Vlieland en Brual bijna twee keer zo groot is.
En dat er midden tussen die twee uitersten ook nog een enorm binnenmeer ligt dat week na week invloed uitoefent op de route van duizenden duiven.
Dan begrijp je ineens waarom één kleine verandering in windrichting soms voldoende is om een complete uitslag op zijn kop te zetten.
En misschien is dat tegelijkertijd precies wat Afdeling Noord zo fascinerend maakt. Iedere vlucht is opnieuw een gevecht tussen wind, water, landschap en oriëntatie. Dat maakt het moeilijk. Maar juist daarom ook zo mooi.

 

Terug