Lees het dagboek van Gert Jan Beute
Dagboek vrijdag 19 juni 2026
19-6-2026
Let op, vandaag twee dagboek delen, dit is deel 1
Toelichting Hitteprotocol NPO – Herschreven in duidelijke taal
Het Hitteprotocol wordt vastgesteld door het bestuur van de NPO, op advies van het Instituut Wedvluchtbegeleiding (IWB). Het belangrijkste doel van dit protocol is het beschermen van het welzijn van de duiven tijdens warme weersomstandigheden.
Het protocol treedt in werking zodra temperaturen van 25°C of hoger worden verwacht. Naarmate de temperatuur verder stijgt of de omstandigheden zwaarder worden, worden aanvullende maatregelen genomen. De meest vergaande maatregel is het vooraf afgelasten van een vlucht.
De maatregelen zijn afhankelijk van:
- de temperatuur;
- het moment waarop de warmte optreedt;
- de leeftijd van de duiven;
- de afstand van de vlucht;
- de verwachte vliegduur.
Er wordt niet direct naar de zwaarste maatregel gegrepen. Eerst worden maatregelen genomen die het welzijn van de duiven tijdens transport en vlucht verbeteren.
MAATREGELEN VANAF 25°C
Wanneer tijdens het inkorven, ophalen, vervoeren, overladen of tijdens de rit naar de losplaats temperaturen van 25°C of hoger kunnen voorkomen, gelden de volgende regels:
Maximum aantal duiven per mand:
- Grote Ruco-mand (98,5 x 90 cm): maximaal 25 duiven.
- Kleine Ruco-mand (93 x 81 cm): maximaal 21 duiven.
- Oomens-mand: maximaal 21 duiven.
Extra drinkgelegenheid:
- gedurende één uur vóór vertrek naar de losplaats;
- direct na aankomst op de losplaats tot vlak voor de lossing.
MAATREGELEN TIJDENS HET VERVOER
Wanneer de temperatuur in de duivenwagen 28°C of hoger bedraagt of wanneer tijdens het rijden buitentemperaturen van 25°C of hoger voorkomen:
- na maximaal 4,5 uur rijden moeten de duiven minimaal één uur de gelegenheid krijgen om te drinken.
JONGE DUIVEN BIJ 29°C OF HOGER
Wanneer op de geplande vluchtdag een maximumtemperatuur van 29°C of hoger wordt verwacht:
- maximaal één nacht mand; - een verwachte vliegduur van maximaal 3 uur.
Dit komt ongeveer overeen met:
- circa 210 km bij kopwind;
- circa 270 km bij staartwind.
Per afdeling en per losplaats mag slechts één gezamenlijk lossingstijdstip worden gebruikt.
MIDFOND- EN DAGFONDVLUCHTEN BIJ 32°C OF HOGER
Wanneer voor de vlucht-dag een maximumtemperatuur van 32°C of hoger wordt verwacht:
- maximaal twee nachten mand;
- een verwachte vliegduur van maximaal 6 tot 7 uur.
Dit komt ongeveer overeen met:
- circa 450 km bij kopwind;
- circa 600 km bij staartwind.
WANNEER WORDT EEN VLUCHT AFGELAST?
Jonge duiven:
- bij een verwachte maximumtemperatuur van 32°C of hoger.
Midfond- en dagfondvluchten:
- bij een verwachte maximumtemperatuur van 35°C of hoger.
Marathonvluchten:
- bij een verwachte maximumtemperatuur van 41°C of hoger.
OVERZICHTSKAARTEN
Alle maatregelen uit het hitteprotocol zijn ook opgenomen in overzichtskaarten. Hierop staat per situatie aangegeven welke maatregelen gelden voor:
- de liefhebber;
- de vereniging;
- de vervoerder;
- de wedvluchtorganiserende instantie.
ANALYSE VAN HET PROTOCOL
Een belangrijk punt is dat de NPO niet alleen kijkt naar de temperatuur op de losplaats. Er wordt vooral gekeken naar de verwachte temperatuur in het gehele vlieggebied, de verwachte vliegduur en de totale belasting van de duiven.
Daardoor kan een vlucht bij 30°C soms gewoon doorgaan, terwijl een andere vlucht bij dezelfde temperatuur wordt ingekort of zelfs afgelast. De afstand, vliegduur, leeftijd van de duiven en de omstandigheden onderweg spelen namelijk een grote rol bij de uiteindelijke beslissing.
Terug