Lees het dagboek van Gert Jan Beute

Column 'Eind verslag Langres'

22-6-2026

Langres 20 juni 2026 – Definitieve Analyse
Voorspelling versus Werkelijkheid 2026

Inleiding

De vlucht vanuit Langres van 20 juni 2026 was vooraf één van de meest besproken vluchten van het seizoen. 
Niet vanwege de afstand alleen, maar vooral vanwege de uitzonderlijke weersverwachtingen. Temperaturen van 30 tot 35 graden werden voorspeld en in diverse delen van Nederland werden vluchten afgelast. Voor jonge duiven werd zelfs code rood afgegeven.

Daardoor ontstond vooraf de vraag: zou Langres uitgroeien tot een zware fondvlucht met grote verliezen, of zouden de omstandigheden toch beter uitpakken dan verwacht?

De weersverwachting vooraf

Op donderdag en vrijdag wezen vrijwel alle modellen op tropische omstandigheden. De grootste zorgen waren:
- Hoge temperaturen tijdens het tweede deel van de vlucht.
- Kans op uitdroging.
- Verminderde oriëntatie door hitte.
- Grote verschillen tussen vroege en late duiven.

In de voorbeschouwingen werd daarom rekening gehouden met een pittige vlucht en lagere snelheden dan normaal.

 

Werkelijk vluchtverloop

De duiven werden om 07.00 uur gelost. Achteraf blijkt dat juist deze vroege lossing waarschijnlijk cruciaal is geweest.
Een groot deel van de afstand werd afgelegd voordat de maximale temperaturen werden bereikt. Hierdoor konden de duiven profiteren van relatief gunstige omstandigheden tijdens het grootste deel van de vlucht.

De winnaar behaalde 1373 meter per minuut( Jan Keen Ter Apel, afstand 569,424). Ook de nummer 100 noteerde nog altijd 1294 meter per minuut. Het verschil tussen de eerste en honderdste duif bedroeg slechts circa 79 meter per minuut.
Dat is opvallend klein voor een vlucht van deze afstand onder tropische omstandigheden en wijst op een regelmatig en eerlijk concoursverloop.

 

Analyse van de snelheids-as

De uitslag laat een duidelijke concentratie zien in Zuidoost-Drenthe, Oost-Drenthe en het grensgebied van Groningen.

Dat bevestigt grotendeels de vooraf gemaakte verwachting dat de snelste lijn zich aan de oostzijde van Afdeling Noord zou bevinden.
De vermoedelijke vlieglijn liep via:
Limburg → Achterhoek → Twente → Zuidoost-Drenthe → Groningen.
De invloed van een zuidelijke tot zuidwestelijke stroming lijkt daarbij duidelijk zichtbaar.

 

West versus Oostzijde

Hoewel de vroegste aankomsten vooral uit het oosten kwamen, valt op dat Noordoost-Friesland al snel aansluit.
Plaatsen als Harkema, Oudwoude, Twijzel, De Westereen, Drogeham en Doezum komen vroeg in de uitslag voor.
Dat betekent dat de vlucht niet over één smalle baan is beslist. Er was sprake van een brede snelheidszone waardoor meerdere regio's kans maakten op kopprijzen.

 

De jaarlingenfactor

Een bijzonder interessant onderdeel van deze uitslag is het hoge aantal jaarlingen (ringjaar 2025) in de Top-100.
Bij een eerste telling (34 x) blijkt dat een opvallend groot deel van de kopduiven afkomstig is uit het geboortejaar 2025.
Dat bevestigt een ontwikkeling die al enkele jaren zichtbaar is:
- Jaarlingen worden intensiever opgeleid.
- Jonge duiven vliegen meer trainingskilometers.
- Selectie vindt vroeger plaats.
- Moderne jaarlingen zijn fysiek sterker voorbereid op afstanden van 500 tot 600 kilometer.
Waar vroeger vooral oudere duiven de fond domineerden, zien we tegenwoordig steeds vaker jaarlingen in de nationale kop.

 

Voorspelling versus werkelijkheid

Wat werd goed voorspeld:
• De oostelijke snelheids-as.
• Goede kansen voor Oost-Drenthe en Groningen.
• Minder voordeel voor de westelijke IJsselmeerlijn.
• Een belangrijke invloed van de zuidelijke stroming.
Wat werd minder goed voorspeld:
• De zwaarte van de vlucht.
• De negatieve invloed van de hitte.
• De uiteindelijke topsnelheden.
• De compactheid van de kopgroep.

De vlucht bleek duidelijk sneller en gelijkmatiger te verlopen dan vooraf werd verwacht.

 

Lessen voor toekomstige voorspellingen

Langres 2026 levert enkele belangrijke lessen op voor toekomstige analyses:

1. Extreme temperaturen betekenen niet automatisch een slechte vlucht.
2. Een vroege lossing kan het verschil maken.
3. De temperatuur tijdens de laatste uren van de vlucht is vaak belangrijker dan de maximumtemperatuur van de dag.
4. De windrichting bleef een betrouwbare voorspeller van de snelheids-as.
5. Moderne wedstrijdduiven blijken beter bestand tegen warmte dan vaak wordt aangenomen.

 

Eindconclusie

Voor het project 'Voorspelling versus Werkelijkheid 2026' kan Langres worden aangemerkt als een vlucht waarbij de voorspelde vlieglijn grotendeels correct was, maar waarbij de verwachte zwaarte duidelijk werd overschat.
De vlucht ontwikkelde zich tot een relatief vlot en eerlijk concours met een compacte kopgroep, een duidelijke oostelijke snelheids-as en een opvallend hoog aandeel jaarlingen in de nationale top.
Langres 20 juni 2026 verdient daardoor een plaats als één van de meest leerzame vluchten van het seizoen 2026 voor het verdere voorspellingsmodel van Afdeling Noord.

 

Terug