Lees het dagboek van Gert Jan Beute
Column 'Cumulet'
4-7-2026
Hoofdstuk 1 – Een naam uit het verleden
Er zijn van die dagen waarop je denkt dat je alles in de duivensport inmiddels wel hebt gezien. Na tientallen jaren tussen de postduiven, duizenden liefhebbers ontmoet en ontelbare gesprekken gevoerd te hebben, verwacht je niet snel meer verrast te worden. Toch gebeurt dat nog steeds.
Een paar weken geleden zaten we na de inkorving nog wat na te praten in het lokaal van P.V. De Vredesduif. Zoals zo vaak dwaalde het gesprek alle kanten op. De jonge witte duif die ik met de hand grootbreng zat op mijn schouder en vormde onbedoeld het middelpunt van het gesprek. Witte duiven hebben nu eenmaal iets bijzonders; iedereen heeft er een mening over of een verhaal bij.
Toen mengde Henk Kromkamp zich in het gesprek. Henk is niet alleen een ervaren postduivenliefhebber, maar ook keurmeester van verschillende sierduivenrassen. Hij noemde ineens een naam die niemand aan tafel kende: de Cumulet.
Het bleef even stil. Nog nooit had iemand van ons die naam gehoord. Juist dat maakte nieuwsgierig. Hoe kon een ras dat volgens Henk een belangrijke rol speelde in de geschiedenis van de postduif zo onbekend zijn geworden?
Nog voordat het gesprek voorbij was, pakte Henk zijn telefoon. Binnen een minuut sprak hij met Pieter Jansma uit Oosterstreek. Pieter bleek dé man te zijn als het om Cumulets ging. Hij had nog enkele jonge vogels uit zijn beste koppels. Ik vertelde dat ik het liefst een jong wilde dat nog met de hand grootgebracht kon worden. Dat bleek mogelijk.
Vanaf dat moment begon de nieuwsgierigheid alleen maar te groeien. Thuis ging ik lezen over het ras. Hoe meer ik las, hoe duidelijker het werd dat de Cumulet geen gewone sierduif is, maar een levend stukje geschiedenis. Een ras dat ooit hoog boven Frankrijk en België urenlang in de lucht hing en waarvan verschillende auteurs aannemen dat het heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van de moderne wedstrijdpostduif.
De afspraak met Pieter was snel gemaakt. Ik keek er bijna net zo naar uit als vroeger naar het ophalen van een veelbelovende jonge postduif. Niet omdat ik kampioen wilde worden met een Cumulet, maar omdat ik iets wilde leren. Oude rassen vertellen vaak het verhaal van onze huidige rassen.
Terwijl ik richting Oosterstreek reed, vroeg ik mij af hoeveel mensen eigenlijk beseffen hoeveel passie er nodig is om een zeldzaam ras in stand te houden. Kampioenen kweken is mooi, maar een ras voor uitsterven behoeden vraagt minstens zoveel toewijding. Zonder mensen als Pieter verdwijnen zulke rassen stilletjes uit Europa.
Ik wist toen nog niet dat dit bezoek veel meer zou worden dan alleen het ophalen van een jong duifje. Het zou een ontmoeting worden met een stukje levende geschiedenis én misschien wel het begin van een nieuw hoofdstuk voor zowel Pieter als onze vereniging.
Hoofdstuk 2 – De schatbewaarder van Oosterstreek
Oosterstreek is zo'n dorp waar je ongemerkt doorheen rijdt als je niet weet wat er verborgen ligt. Het landschap tussen Noordwolde en Boyl ademt nog de rust van vroeger. Boerderijen, bomen, weilanden en smalle wegen bepalen er het beeld. Niets doet vermoeden dat hier één van de laatste Nederlandse bewakers van een bijna verdwenen Europees duiven-ras woont.
Wanneer ik het erf van Pieter Jansma opdraai, valt direct de rust op. Geen haast, geen drukte. Alles straalt uit dat hier met aandacht voor dieren wordt geleefd. Dat gevoel wordt alleen maar sterker wanneer Pieter de deur opent en mij vriendelijk welkom heet.
Zoals zo vaak bij echte liefhebbers begint een bezoek niet direct tussen de hokken. Eerst koffie. En een gesprek.
Al snel merk ik dat Pieter geen man is die zichzelf graag op de voorgrond plaatst. Hij praat liever over zijn dieren dan over zichzelf. Toch wordt al snel duidelijk hoeveel kennis er achter die rustige manier van vertellen schuilgaat.
Wanneer het gesprek op de Cumulet komt, beginnen zijn ogen bijna ongemerkt te glimmen. "Het zou zonde zijn geweest als dit ras verdwenen was," zegt hij. Die ene zin vat eigenlijk alles samen. Niet kampioenschappen. Niet bekers. Niet roem. Maar behoud. Dat is zijn drijfveer.
Jaren geleden ontdekte Pieter dat de Cumulet in Nederland praktisch verdwenen was. Af en toe dook er nog wel ergens een vogel op die voor een Cumulet moest doorgaan, maar hoe zuiver die nog was, bleef vaak de vraag.
Wie een oud ras werkelijk wil behouden, moet terug naar de bron. Dat besefte Pieter als geen ander. Zijn zoektocht bracht hem eerst naar Engeland en vervolgens naar Frankrijk. Daar vond hij uiteindelijk vogels die niet alleen uitstekend aan de oude rasbeschrijvingen voldeden, maar ook sterk, vitaal en gezond waren. Die Franse bloedlijnen vormen nog altijd de basis van zijn stam.
Terwijl Pieter vertelt, besef ik langzaam dat ik eigenlijk niet bij een gewone fokker op bezoek ben. Ik sta midden in een levende genenbank. Elke Cumulet vertegenwoordigt een stukje geschiedenis dat zonder liefhebbers als Pieter misschien voorgoed verloren zou zijn gegaan.
Na de koffie lopen we naar achteren. Daar ontvouwt zich een kleine dierentuin. Verschillende kleurslagen van het Friesche Hoen, enkele andere zeldzame sierhoenderrassen, een koppel prachtige rode postduiven en natuurlijk de Cumulets.
Een groep jonge vogels gaat naar buiten. Ondanks dat de thermiek al minder is, zoeken ze vrijwel direct de hoogte op. Niet snel of wild, maar sierlijk en moeiteloos.
Dan pakt Pieter voorzichtig een jong uit het hok en legt het in mijn handen. Mijn eerste Cumulet. Nog klein. Nog afhankelijk. Precies zoals ik had gehoopt.
Op dat moment weet ik dat ik iets bijzonders in handen heb.
Hoofdstuk 3 – De duif die als een vlinder opstijgt
Voorzichtig neem ik het jonge duifje van Pieter over.
Nog maar een dag of acht oud. De veren zitten nog grotendeels in de pennen. Op zijn kop steken de gele donsveertjes alle kanten op. Een jong zoals alleen een liefhebber mooi kan vinden.
Toch is het niet zijn uiterlijk dat mij als eerste opvalt. Het is zijn gewicht. Of beter gezegd: het ontbreken daarvan.
Iedere postduivenliefhebber kent dat eerste gevoel wanneer hij een duif oppakt. Zonder erbij na te denken vormen je handen al een eerste oordeel. Bij deze jonge Cumulet gebeurt iets heel anders. Hij voelt bijna gewichtloos.
Een postduivenliefhebber zou de rug van een volwassen Cumulet misschien matig of zelfs slecht noemen. De staart lijkt bijna achter het lichaam geplakt. Maar dat is geen fout. Dat is juist het type. De Cumulet is eeuwenlang geselecteerd op hoog en langdurig vliegen en niet op de lichaamsbouw die wij bij een wedstrijdpostduif zoeken.
Alles aan deze vogel lijkt ontworpen voor één doel: zo lang mogelijk in de lucht blijven en zo hoog mogelijk vliegen. Weinig gewicht, grote vleugels en een elegante lichaamsbouw. Het is eerder een zweefvliegtuig dan een straaljager.
Tegen 19.00 uur laat Pieter een groep jonge Cumulets los. Ze komen bijna gewichtloos los van de grond. Hun grote vleugels pakken onmiddellijk lucht en langzaam winnen ze hoogte.
Op dat moment begrijp ik precies welke vergelijking steeds door mijn hoofd speelt: vlinders. Grote witte vlinders. Niet omdat ze op vlinders lijken, maar omdat ze dezelfde indruk achterlaten. Licht. Vrij. Moeiteloos.
Generaties lang werden steeds de vogels geselecteerd die hoger, langer en intelligenter vlogen. Zo ontstond een ras dat bekend stond om zijn uitstekende oriëntatie vermogen, zijn enorme vlieglust en zijn trouw aan hok en verzorger.
Historische bronnen noemen de Cumulet als één van de rassen die heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van de moderne wedstrijdpostduif.
Thuis krijgt mijn jonge Cumulet zijn eerste maaltijd uit de hand. 's Nachts mag hij onder onze makke witte duif kruipen, overdag neem ik het voeren zelf voor mijn rekening.
Misschien zie ik hem over enkele maanden voor het eerst de lucht kiezen. Geen witte postduif, maar een witte vlinder die langzaam oplost in de blauwe lucht.
Hoofdstuk 4 – De schatbewaarder
Sommige mensen verzamelen postzegels. Anderen oude boeken. En weer anderen proberen kampioensduiven te kweken. Pieter Jansma koos een heel andere weg. Hij besloot een bijna verdwenen duiven ras voor de toekomst te bewaren.
Dat klinkt eenvoudig. Maar wie ooit geprobeerd heeft een zeldzaam ras zuiver te houden, weet hoeveel tijd, kennis, geduld en doorzettingsvermogen daarvoor nodig zijn. Juist daarom begon ik tijdens ons gesprek steeds meer respect voor Pieter te krijgen.
Hij praat niet over zichzelf. Hij praat over de Cumulet. Over hun geschiedenis. Hun eigenschappen. Hun toekomst. En vooral over wat er verloren zou gaan als niemand zich nog om dit ras bekommerde.
Toen Pieter jaren geleden belangstelling kreeg voor de Cumulet, ontdekte hij al snel dat Nederland nauwelijks nog echte vertegenwoordigers van het ras kende. Wie een oud ras serieus wil behouden, moet terug naar de oorsprong. Dat besefte Pieter als geen ander.
Zijn zoektocht bracht hem eerst naar Engeland. Daar vond hij nog enkele liefhebbers, maar hij bleef twijfelen. Uiteindelijk reisde hij door naar Frankrijk, waar hij vogels vond die volgens hem het oorspronkelijke type, de gezondheid en de vitaliteit bezaten die hij zocht. Die Franse bloedlijnen vormen nog altijd de basis van zijn stam.
In de postduivensport spreken we vaak over verbeteren. Sneller. Slimmer. Meer prijzen. Bij een zeldzaam ras ligt de uitdaging heel anders. Daar draait alles om bewaren. Niet veranderen, maar ervoor zorgen dat een ras ook over vijftig jaar nog herkenbaar is.
Dat vraagt discipline. Iedere verkeerde kruising kan eigenschappen laten verdwijnen die eeuwenlang zijn behouden. Pieter fokt daarom niet alleen voor zichzelf, maar eigenlijk ook voor de geschiedenis.
Tijdens de koffie merk ik hoe gemakkelijk Pieter over de Cumulet praat. Niet uit boeken, maar vanuit jarenlange ervaring. Vragen over kleur, bouw, ogen, vliegstijl of afstamming worden rustig en doordacht beantwoord. Langzaam begrijp ik waarom zoveel liefhebbers hem weten te vinden en waarom hij lezingen over dit ras verzorgt.
Niet alleen de vogels zijn bijzonder. Ook de kennis die hij bewaart is van grote waarde. Want wanneer de kennis verdwijnt, weet uiteindelijk niemand meer hoe een echte Cumulet eruit hoort te zien.
Hoofdstuk 5 – Van de Franse hemel naar de moderne postduif
Soms moet je honderden jaren terug in de tijd om te begrijpen wat je vandaag in je handen hebt.
Wanneer ik naar mijn jonge Cumulet kijk, zie ik niet alleen een wit jong duifje dat nog gevoerd moet worden. Ik kijk naar een afstammeling van een ras dat al generaties lang bewondering oproept.
Lang voordat elektronische constateersystemen, GPS-ringen of nationale uitslagen bestonden, genoten mensen al van hoogvliegende duiven. Niet omdat ze de snelste waren, maar omdat ze het mooiste en het hoogste vlogen.
In Noord-Frankrijk en delen van België groeide de Cumulet uit tot een begrip. Generaties fokkers selecteerden steeds opnieuw de vogels die het hoogst klommen, het langst in de lucht bleven en feilloos terugkeerden.
Zo ontstond een ras met een licht lichaam, grote vleugels, een elegante bouw en een uitzonderlijk oriëntatie vermogen.
Veel mensen zien de Cumulet tegenwoordig als een sierduif. Oorspronkelijk was hij echter een atleet, gebouwd voor urenlang hoog vliegen.
Historische bronnen noemen de Cumulet als één van de rassen die heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van de moderne wedstrijdpostduif. Niet als enige, maar wel als een belangrijk onderdeel van de lange geschiedenis van onze sport.
Door de veranderende belangstelling verdwenen op veel plaatsen de oorspronkelijke bloedlijnen. Daardoor werd de Cumulet een zeldzaam ras.
Juist daarom is het werk van Pieter Jansma zo belangrijk. Hij bewaart niet alleen een mooie witte duif, maar een levend stukje Europese duivengeschiedenis.
Hoofdstuk 6 – Een wit jong met een grote betekenis
Soms begint iets bijzonders met een heel gewoon gesprek.
Een paar liefhebbers zitten na de inkorving nog wat na te praten. Een jonge witte duif zit op een schouder. Iemand noemt een ras waar bijna niemand ooit van heeft gehoord: de Cumulet. Op dat moment weet nog niemand dat dit gesprek zal uitgroeien tot een bezoek aan Oosterstreek, een ontmoeting met een bijzondere liefhebber en misschien zelfs tot een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van P.V. De Vredesduif.
Dat is misschien wel het mooiste aan onze sport. Niet de kampioenschappen. Niet de eerste prijzen. Maar de ontmoetingen, de verhalen en de mensen.
Passie werkt aanstekelijk
Tijdens mijn bezoek aan Pieter viel mij iets op. Hij probeerde mij nergens van te overtuigen. Hij vertelde eenvoudig zijn verhaal over een ras dat hij bewonderde, over reizen naar Engeland en Frankrijk, over bloedlijnen, gezondheid en karakter. Hier sprak geen handelaar, maar een echte liefhebber.
En passie heeft een bijzondere eigenschap: ze werkt aanstekelijk. Misschien is dat ook wel de reden waarom Henk Kromkamp vrijwel direct enthousiast werd. Nog voordat er echt plannen waren, bracht hij enkele postduiven naar Pieter. Je moet het ijzer smeden als het heet is.
Twee werelden
Veel mensen denken dat sierduiven en postduiven twee totaal verschillende werelden zijn. Toch begint alles met dezelfde liefde: de bewondering voor een vogel, het plezier van fokken, het verzorgen en het telkens weer proberen iets moois in stand te houden. Daarin verschillen een sierduivenliefhebber en een postduivenmelker uiteindelijk veel minder dan vaak wordt gedacht.
Een klein wit jong
Wanneer ik naar mijn jonge Cumulet kijk, besef ik dat hij veel meer vertegenwoordigt dan alleen zichzelf. Hij verbindt verleden en toekomst, Frankrijk en Nederland, een sierduivenliefhebber met een postduivenmelker. Misschien verbindt hij straks ook Pieter met onze vereniging.
De cirkel is rond
Toen ik naar Oosterstreek reed, dacht ik dat ik een jong duifje ging ophalen. Op de terugweg wist ik dat ik veel meer had meegenomen: een verhaal, nieuwe kennis en vooral veel respect voor een ras en voor de man die het bewaart.
Wanneer een ras eenmaal verdwenen is, komt het nooit meer terug. Daarom zijn mensen zoals Pieter Jansma zo belangrijk. Niet omdat zij de meeste kampioenschappen winnen, maar omdat zij ervoor zorgen dat een stukje geschiedenis blijft voortbestaan.
Misschien is dat uiteindelijk wel de belangrijkste les die ik uit Oosterstreek heb meegenomen. Niet alles wat waardevol is, wint prijzen. Maar alles wat bewaard blijft, vertelt een verhaal. En zolang dat verhaal wordt doorverteld, blijft de Cumulet leven.
Terug