Lees het dagboek van Gert Jan Beute

Dagboek vrijdag 31 juli 2026

31-7-2026

Waarom raken we ieder jaar weer zoveel jonge duiven kwijt?

 

Hoofdstuk 1 – De eerste wedvlucht is het examen van de liefhebber

Ieder jaar is het weer hetzelfde. Zodra de eerste africhtingen en jonge duivenvluchten beginnen, verschijnen overal de berichten. Op Facebook, in WhatsApp-groepen en op de verenigingen gaat het bijna nergens anders meer over. 'Er zijn er nog tien onderweg.' 'Van de twintig nog maar twaalf thuis.' 'Wie heeft mijn jonge duif gezien?'

Voor veel liefhebbers hoort het er bijna bij. Alsof grote verliezen nu eenmaal onvermijdelijk zijn wanneer jonge duiven aan hun carrière beginnen. Ik denk daar anders over. Natuurlijk zal iedere liefhebber weleens een jonge duif verspelen. Roofvogels, onweer, plotselinge weersveranderingen of een onverwachte storing onderweg kunnen altijd een rol spelen. Niemand heeft daar volledige controle over. Maar na tientallen jaren in de duivensport ben ik ervan overtuigd geraakt dat een groot deel van de verliezen niet tijdens de vlucht ontstaat, maar al weken of zelfs maanden eerder.

De voorbereiding bepaalt veel vaker de uitkomst dan de vlucht zelf. Ik zeg daarom weleens: 'De eerste wedvlucht is niet het examen van de jonge duif, maar van de liefhebber.' Die uitspraak klinkt misschien hard, maar ik geloof dat hij dichter bij de waarheid ligt dan veel mensen willen toegeven. Een jonge duif die voor het eerst wordt ingekorfd, krijgt in korte tijd ontzettend veel nieuwe indrukken te verwerken. Hij wordt gevangen, komt in een onbekende mand terecht, reist naar het clublokaal, gaat de vrachtwagen in, hoort honderden andere duiven, rijdt soms urenlang naar de losplaats, ziet daar opnieuw een totaal vreemde omgeving en moet vervolgens zelfstandig de weg naar huis vinden.

En dat allemaal terwijl hij misschien nog nooit uit een drinkgoot heeft gedronken, nauwelijks gewend is aan vervoer of pas enkele keren is opgeleerd.

Toch zoeken we de oorzaak vaak op de verkeerde plaats. We wijzen naar de roofvogel, de hitte, de wind, de lossing, de verzorgers of de lossingscommissie. Soms terecht, maar minstens zo vaak vergeten we naar onszelf te kijken.

Hebben wij die jonge duif werkelijk alles geleerd wat hij moest weten voordat hij aan zijn eerste wedvlucht begon?

In de afgelopen tientallen jaren heb ik duizenden duiven in handen gehad. Jaarlijks selecteer ik ongeveer vijfentwintigduizend duiven op tientallen verschillende hokken. Daardoor zie je patronen ontstaan. De liefhebbers die jaar na jaar weinig jonge duiven verspelen, hebben zelden geluk.   Ze hebben meestal een systeem. Een manier van werken. Een voorbereiding die vrijwel niets aan het toeval overlaat.

Daar tegenover staan liefhebbers die ieder voorjaar opnieuw hopen dat het dit jaar beter zal gaan, terwijl ze in de voorbereiding nauwelijks iets veranderen. Dan verandert de uitslag meestal ook niet.

Juist daarom schrijf ik dit verhaal. Niet omdat mijn manier de enige juiste is. De duivensport kent meerdere wegen die naar succes kunnen leiden. Maar ik wil wel laten zien welke keuzes wij hier op het hok maken, waarom wij die maken en welke ervaringen daarachter schuilgaan.

In de volgende hoofdstukken gaan we stap voor stap door de hele opleiding van een jonge duif. We beginnen bij de kweek. Daarna volgen gezondheid, weerstand en hokklimaat, de afdelingsmand, het leren drinken, het vervoer, het opleren en uiteindelijk de eerste wedvluchten. Ook besteed ik aandacht aan een onderwerp waar al tientallen jaren over wordt gesproken: de opvallend grote verliezen rond de langste dag van het jaar. Is dat toeval, een praktijkwaarneming of zit er meer achter?

Mijn doel is niet om iedereen van mijn manier te overtuigen. Mijn doel is veel eenvoudiger. Als iedere liefhebber na het lezen van dit verhaal één of twee dingen anders gaat doen, waardoor er volgend jaar enkele jonge duiven méér veilig thuiskomen, dan is deze serie voor mij al geslaagd.

Want uiteindelijk draait de duivensport niet alleen om winnen. Ze draait ook om verantwoordelijkheid. En die verantwoordelijkheid begint lang voordat de eerste mand wordt gesloten.

Tot morgen voor deel  2


 

Terug