Lees het dagboek van Gert Jan Beute
Dagboek zaterdag 1 augustus 2026
1-8-2026
Hoofdstuk 2 – Alles begint bij de kweek
Wanneer ik liefhebbers hoor praten over het verspelen van jonge duiven, gaat het vaak over de laatste schakel van de keten. Er wordt gesproken over roofvogels, slecht weer, een moeilijke lossing of een verkeerde windrichting. Dat zijn allemaal onderwerpen die invloed kunnen hebben, maar zelden hoor ik iemand zeggen: 'Misschien begon het probleem al voordat dat jong geboren werd.'
Toch geloof ik dat daar de basis ligt.
Een jonge duif wordt niet pas gevormd wanneer hij voor het eerst de lucht in gaat. Zijn opleiding begint al op het moment dat wij besluiten welke doffer bij welke duivin komt. Dat is misschien wel de belangrijkste keuze die een liefhebber in het hele seizoen maakt.
Toch zie ik nog altijd dat er wordt gekweekt uit duiven die daar eigenlijk niet geschikt voor zijn. Soms uit duiven die zelf nauwelijks hebben gepresteerd. Soms uit internetaankopen waarvan niemand precies weet wat er werkelijk achter zit. En soms zelfs uit duiven die nooit een wedvlucht hebben gevlogen. Niet alleen zijzelf niet, maar ook hun ouders en grootouders niet.
Dan vraag ik mij af: waarop is de verwachting gebaseerd dat hun jongen wél probleemloos naar huis zullen komen?
Een stamboom kan indrukwekkend ogen. Grote namen, beroemde liefhebbers en lange lijsten met kampioenen trekken de aandacht. Maar een mooie afstamming is nog geen garantie voor kwaliteit. Uiteindelijk moeten de duiven zelf laten zien wat ze waard zijn.
Ik heb in mijn leven duizenden duiven beoordeeld, daardoor leer je steeds beter kijken. Niet alleen naar wat een duif heeft gewonnen, maar ook naar hoe hij gebouwd is, hoe hij aanvoelt en welke eigenschappen hij waarschijnlijk zal doorgeven.
Een duiven-kweker selecteert niet voor vandaag, maar voor de volgende generatie.
Daarom geloof ik ook niet dat twee topduiven automatisch een topkoppel vormen. Iedere duif heeft sterke eigenschappen, maar ook mindere punten. De kunst van het kweken is niet om twee kampioenen bij elkaar te zetten, maar om twee duiven zo te combineren dat de sterke eigenschappen van de één de zwakkere eigenschappen van de ander verbeteren.
Het vraagt eerlijkheid. U moet niet alleen zien waar een duif goed in is, maar vooral ook durven erkennen waarin hij tekortschiet. Pas dan kunt u bewust zoeken naar een partner die dat tekort opvangt.
Gezondheid, vitaliteit, karakter, intelligentie, oriëntatie vermogen, herstelvermogen en stressbestendigheid zijn minstens zo belangrijk. Een jonge duif moet onderweg immers veel meer kunnen dan alleen hard vliegen.
Hij moet rustig blijven wanneer alles nieuw is. Hij moet durven drinken. Hij moet zelfstandig beslissingen kunnen nemen. En hij moet na uren vliegen nog steeds de wil hebben om naar huis te gaan. Daarom ben ik kritisch. Heel kritisch. Niet iedere goede vlieger is automatisch een goede kweker. En niet iedere mooie duif verdient een plaats op het kweekhok. Selecteren betekent keuzes maken. Soms ook moeilijke keuzes. Juist dat onderscheidt een liefhebber van een kampioen.
Wie jaar na jaar streng durft te selecteren, bouwt langzaam een stam op die steeds betrouwbaarder wordt. Niet alleen in snelheid, maar ook in gezondheid, weerstand, karakter en oriëntatie. En precies daar begint, naar mijn overtuiging, het voorkomen van verliezen. Niet op de eerste opleervlucht. Niet bij de eerste wedvlucht. Maar maanden eerder. Op het moment dat de kweekkoppels worden samengesteld.
In het volgende hoofdstuk verlaten we het kweekhok en gaan we naar de opgroeiende jonge duif. Want een goede afkomst alleen is niet genoeg. Zonder gezondheid, weerstand en een goed hokklimaat krijgt zelfs de beste jonge duif nooit de kans om zijn werkelijke kwaliteiten te laten zien.
Tot morgen bij deel 3
Terug