Lees het dagboek van Gert Jan Beute
Dagboek maandag 3 augustus 2026
3-8-2026
Hoofdstuk 4 – Kijk verder dan de eerste vluchten
Wanneer een jonge duif tijdens de eerste opleervluchten achterblijft, zie je vaak hetzelfde gebeuren. De twijfel slaat toe. Is het wel een goede? Heeft hij voldoende oriëntatie? Kan hij het niveau eigenlijk wel aan?
Soms zijn die twijfels terecht. Maar lang niet altijd. Juist in de eerste weken maken veel liefhebbers de fout om een jonge duif uitsluitend te beoordelen op wat hij op dat moment laat zien. Terwijl een jonge duif, net als een mens, tijd nodig kan hebben om zich te ontwikkelen.
Ik heb in de loop der jaren meerdere duiven meegemaakt die in het begin allesbehalve overtuigden, maar later uitgroeiden tot echte toppers. Dat heeft mij geleerd dat je verder moet kijken dan de uitslag alleen. Een voorbeeld dat mij altijd is bijgebleven, komt van de beroemde Duitse kampioen Gunter Prange. Hij had een jaarling waar hij ontzettend veel verwachtingen van had. De afstamming klopte, de bouw was uitstekend en alles wees erop dat het een bijzondere duif zou kunnen worden. Maar na drie vluchten had de duif nog niets laten zien.
Veel liefhebbers zouden zo'n jaarling langzaam afschrijven. Gunter deed precies het tegenovergestelde. Hij bleef observeren. Op een dag viel hem iets op. Iedere keer wanneer hij door het hok liep, ging die jaarling achter hem aan. De duif wilde als het ware met hem meelopen, maar werd steeds tegengehouden door de spijlen van het hok( een hok in de kap van een grote schuur).Gunter maakte speciaal voor die ene duif een eenvoudig loopplankje vast aan de spijltjes. Vanaf dat moment kon de jaarling hem tijdens het verzorgen volgen. Het leek een onbeduidende aanpassing. Maar voor die ene duif maakte het een wereld van verschil. Niet veel later won dezelfde jaarling vijf eerste prijzen. Niet het loopplankje maakte een kampioen. De kampioen zat al in de duif. Gunter ontdekte alleen wat die ene duif nodig had om zijn kwaliteiten te laten zien.
Die gedachte herken ik volledig. Ook op ons eigen hok heb ik dat meerdere keren meegemaakt. Een voorbeeld is onze duivin 22-444. Nog voordat het echte opleren begon, verdween ze. Wekenlang bleef ze weg. Pas nadat we al enkele vluchten achter de rug hadden, zat ze ineens weer op haar eigen plek. Veel liefhebbers zouden zo'n duif weinig toekomst meer geven. Ik besloot haar eerst de tijd te geven. Ze werd nagekeken, kreeg een tablet tegen het Geel, werd behandeld tegen luis en mocht rustig herstellen.
Daarna gebeurde iets bijzonders. Wanneer ik tegen haar sprak, bleef ze zitten luisteren. Na een paar dagen begon ze zelfs terug te knikken. Er ontstond een vorm van contact die moeilijk uit te leggen is, maar die iedere liefhebber die veel tussen zijn duiven leeft waarschijnlijk herkent. Ik besloot daarop in te spelen. Iedere dag nam ik even tijd voor haar. Ik haalde haar van haar zitplaats, sprak met haar en liet haar weer terugvliegen. Zonder dwang en zonder haast. Ze ging weer mee op een vlucht. Ze kwam thuis.Niet op tijd voor een prijs, maar wel thuis. Voor mij was dat belangrijker dan de uitslag.
Langzaam groeide het vertrouwen. Ik begon kleine takjes voor haar neer te leggen. Ze pakte ze direct op en begon een nest te bouwen. Dat werd haar motivatie. Vanaf dat moment veranderde alles. Ze begon prijzen te winnen. Uiteindelijk won zij twee eerste prijzen en bovendien een vijfde plaats op Teletekst.
Nog een voorbeeld van tientallen, onze Breanna van 2008, tijdens het opleren bleef ze achter, een top liefhebber uit Meppel belde dat hij haar had opgevangen. Ik haalde haar op, tot vier keer toe ging ze naar de zelfde liefhebber, dat gaat hem niet worden dacht ik nog. Tijdens de natour kreeg ze wat verkering en wist opeens het huis wel te vinden, twee jaar later was ze de 2e Beste oude duif op de Olympiade te Polen.
Deze voorbeelden hebben mij één belangrijke les geleerd. Een jonge duif die moeilijk begint, is niet automatisch een slechte duif. Soms heeft hij meer tijd nodig. Soms ontbreekt ervaring. Soms ontbreekt vertrouwen. En soms moet de liefhebber ontdekken waardoor juist die ene duif gemotiveerd raakt. Dat betekent niet dat iedere achterblijver later een kampioen wordt. Maar het betekent wel dat een liefhebber nooit te snel moet oordelen.
Kijk niet alleen naar wat een jonge duif vandaag doet. Probeer vooral te ontdekken waarom hij het doet. Juist dat onderscheidt, naar mijn overtuiging, een goede verzorger van een echte duivenman. Want kampioenen herken je soms niet aan hun eerste vlucht. Je herkent ze aan de mogelijkheden die je in hen blijft zien, ook wanneer anderen die allang niet meer zien.
Weet u nog? 2010: Ik schreef na het ringen van de 012 en 013 over "de gouden tweeling" , het waren de twee eerste kinderen van de Vechtmachine (van 2009). Iedere week schreef ik over het wel en wee van deze "gouden tweeling" , de eerste vlucht was daar.... met het klokafslaan waren beide niet thuis, de dag erna kwamen ze alsnog. Iedere week kwamen ze beter naar huis, geweldig, als jaarling ( 2011 dus) was de 013 zelfs de beste eendaagse fondduif van Nederland.
Tot morgen
Terug