Lees het dagboek van Gert Jan Beute
Dagboek dinsdag 4 augustus 2026
4-8-2026
Hoofdstuk 5 – Leren kijken
Als u mij vraagt wat de belangrijkste eigenschap is van een goede jonge-duivenspeler, dan verwacht u misschien dat ik begin over een goede stam, een gezond hok, de juiste voeding of een uitgekiend medisch schema.
Dat zijn allemaal belangrijke onderdelen. Maar toch noem ik iets anders: leren kijken. Ik ben ervan overtuigd dat veel jonge duiven niet verloren gaan omdat ze slecht zijn, maar omdat de liefhebber signalen over het hoofd heeft gezien. Een jonge duif vertelt namelijk iedere dag hoe het met hem gaat. Alleen doet hij dat niet met woorden. Hij doet het met zijn houding, zijn ogen, zijn eetlust, zijn gedrag en zijn uitstraling. Die manier van kijken heb ik niet uit een boek geleerd. Ik heb haar geleerd van mijn vader, Arnold Beute. Tussen 1986 en 1993 speelden wij samen bijzonder succesvol met de jonge duiven. Op de dag van inkorven zei mijn vader: 'We hebben 51 jonge duiven. Er gaan er vandaag 40 mee en 11 blijven thuis.' Daarna zette hij de reismanden midden in het hok. Ik moest op een krukje of een omgekeerde emmer naast de manden gaan zitten. Niet om duiven te vangen, maar om te kijken.
Na een tijdje vroeg mijn vader: 'Welke zit volgens jou het strakst?' Die duif ging als eerste de mand in. Niet omdat hij de week ervoor vroeg had gezeten of uit een goed kweekkoppel kwam, maar omdat hij op dat moment uitstraalde: 'Ik ben er klaar voor. Laat mij maar gaan.'
Daarna begon het opnieuw. Welke zit nu het strakst? Welke wil nu mee? Zo werden de veertig plaatsen in de mand gevuld. Tijdens het pakken begreep ik dat wij niet de beste duiven van gisteren selecteerden, maar de beste duiven van vandaag. Het kon in die tijd dus voorkomen dat een duif de eerste drie weken thuis bleef, omdat ze aangaf “ik ben er nog niet klaar voor” , dat ze dan haar eerste vlucht pas had op 250 km maakte mijn vader niets uit “Een duif heeft geen kilometerteller”
In 2022 liep ik op een maandagmorgen door het hok. Alles leek in orde. Toch zag ik één jonge duif (22-427) met een heel licht opgezet oogje. Zo weinig dat de meeste liefhebbers het waarschijnlijk niet eens zouden hebben opgemerkt. Ik maakte er een filmpje van en vertelde dat ik alleen deze ene jonge duif dagelijks met mijn eigen oogdruppels zou behandelen. Ook sprak ik de verwachting uit dat hij op vrijdag gewoon weer mee kon op de vlucht. Zo gebeurde het ook. Op zaterdag liet ik opnieuw een filmpje zien. Niet alleen van het oog, maar van de uitslag. Daar stond hij: de 427. Het oog was weer volledig in orde en hij vloog gewoon prijs. Voor mij was dat geen wonder, maar het gevolg van iets op tijd zien.
Vorig jaar maakte ik opnieuw een filmpje van onze jonge duiven tijdens het voeren. Ik vroeg de volgers of hun iets bijzonders opviel. Er kwamen allerlei reacties, maar niemand zag wat ik zag.
Eén jonge duif bewoog anders. Terwijl alle andere jongen fanatiek voer van de grond pikten, liep deze er alleen maar tussendoor. Ik pakte de duif op het was de 25-901. Er bleek een voerkorrel vast te zitten in de keel. Het probleem was snel opgelost. Maar ik ben ervan overtuigd dat wanneer deze jonge duif zo de reismand in was gegaan, de kans groot was geweest dat zij nooit meer was thuisgekomen.
Observeren is daarom zo belangrijk. Niet omdat je dan alles voorkomt, maar omdat je problemen ontdekt voordat ze grote problemen worden. Ik denk dat gevoel voor duiven voor een groot deel bestaat uit vele uren kijken. Iedere dag opnieuw. Na verloop van tijd ga je verschillen zien die een ander nog niet opmerkt.
Dat is misschien wel de grootste les die mijn vader mij ooit heeft geleerd: rustig kijken en pas daarna beslissen. In de duivensport wordt veel gesproken over voer, medicijnen en trainingsschema's. Allemaal belangrijk. Maar geen van die zaken vertelt u welke jonge duif morgen beter thuis kan blijven. Dat vertelt de jonge duif zelf, tenminste... als u hebt geleerd om echt te kijken.
Tot morgen voor het volgende deel
Terug