Lees het dagboek van Gert Jan Beute
Dagboek woensdag 5 augustus 2026
5-8-2026
Hoofdstuk 6 – De grootste fout begint al vóór het eerste ei
Toen een volger mij vroeg wat volgens mij de grootste fout is die liefhebbers maken waardoor zij later zoveel jonge duiven verspelen, hoefde ik daar niet lang over na te denken. Naar mijn overtuiging begint het verspelen van veel jonge duiven al maanden eerder: op het moment dat de ouders worden gekozen.
Een mooie stamboom is nog geen goede kweekduif. Een liefhebber bezoekt een bekende kampioen, ziet een prachtige doffer, zacht als zijde en met ogen als robijnen. Hij hoort dat het een zoon van de Vechtmachine is en raakt enthousiast.
Wanneer hij vraagt hoe de kinderen van deze doffer presteren, krijgt hij te horen dat er na meerdere jaren eigenlijk nog niets bijzonders uit is gekomen. Toch neemt hij de doffer mee. Hij hoort vooral 'zoon van de Vechtmachine' en vergeet dat de doffer zich als kweker nog niet bewezen heeft. Voor zulke duiven gebruik ik de term: de NIET-kweker.
Diezelfde avond koopt hij op internet een prachtige jonge duivin, een volle zus van een Nationale Asduif. Wat hij niet weet, is dat deze duivin als jonge vliegduif meerdere keren is weggevlogen en uiteindelijk uit de vliegploeg is gehaald. Voor zulke duiven gebruik ik de term: de WEGVLIEGER.
Wat verwacht je uit een koppeling van een NIET-kweker met een WEGVLIEGER? Mijn antwoord is eenvoudig: vrijwel niets. Niet omdat de afstamming slecht is, maar omdat de eigenschappen die werkelijk belangrijk zijn nooit zijn bewezen.
Ja, dit bevat ook kritiek op verkopers die bewust belangrijke informatie achterhouden. Een koper mag weten dat een oudere kweekduif jarenlang niets heeft voortgebracht. Een koper mag ook weten dat een jonge duif als vliegduif herhaaldelijk is weggevlogen. Laat hem daarna zelf beslissen.
Wij verkopen zelf ook duiven. Juist daarom hanteren wij dezelfde maatstaf. Wij verkopen geen oudere kweekduiven die na meerdere jaren nog niets hebben bewezen. Bij jonge, onbevlogen duiven kan niemand vooraf weten hoe zij later zullen vererven. Daarom bieden wij kopers de mogelijkheid om, wanneer er in het eerste kweekjaar werkelijk niets bruikbaars uit komt, samen naar een oplossing te zoeken of een doffer of duivin om te ruilen. Wanneer de koper zeker denkt te weten dat het aan één of beide aangekochte duiven ligt mag hij hem komen ruilen en heeft een nieuwe kans.
Juist beginnende liefhebbers zie ik het vaakst in deze valkuil stappen. Ze kopen duiven op afstamming, soms zelfs ongezien, of krijgen een paar oudere koppels van een goedbedoelende sportvriend. Vaak weten zij niet waarom juist die koppels over zijn. Vervolgens verzorgen zij de jongen uitstekend, maar raken tijdens het seizoen veel jonge duiven kwijt. De fout is dan misschien niet tijdens het seizoen gemaakt, maar al voordat het eerste ei werd gelegd.
Mijn vader Arnold zei vroeger altijd: 'Je kunt een klant één keer bewust slechte duiven verkopen. Maar daarna komt hij nooit meer terug.' , ‘verkoop je hem duiven die je zelf zou willen houden, dan komt hij nog eens terug ‘ Die woorden zijn mij altijd bijgebleven. Geef een beginner geen duiven waar je zelf het vertrouwen al in bent verloren. Geef hem duiven waarvan je eerlijk kunt zeggen: hier geloof ik zelf ook nog in. Daar wordt niet alleen de koper beter van, maar uiteindelijk ook de hele duivensport.
Tot morgen met wederom een nieuw deel
Terug