Lees het dagboek van Gert Jan Beute

Dagboek donderdag 6 augustus 2026

6-8-2026

Hoofdstuk 7 – De reismand is geen straf, maar een tweede thuis

 

Veel liefhebbers beginnen met aandacht geven wanneer de jonge duiven voor het eerst worden losgelaten. Voor mij begint de opleiding veel eerder. Niet met vliegen, maar met vertrouwen. Ik wil dat een jonge duif de reismand ziet als een veilige plek waar hij eet, drinkt, rust en uiteindelijk zelfs slaapt.

Vanaf het spenen gaan de jongen daarom regelmatig in een reismand. Eerst maar kort, daarna steeds langer. Ze leren dat de mand niets is om bang voor te zijn. Wanneer Petra en ik bijvoorbeeld een dag naar Den Haag gaan, gaan de jonge duiven vaak gewoon mee. Sommigen zijn dan nog niet eens buiten geweest, behalve in de volière. Toch maken zij al urenlange autoritten mee. Ze voelen optrekken, remmen, bochten, drempels en rotondes. Aan het einde van de dag worden ze niet gelost, maar brengt dezelfde auto hen weer veilig thuis. De mand wordt voor het hok gezet en rustig mogen ze weer naar binnen. In hun beleving was het een bijzondere dag, maar de baas bracht hen weer veilig thuis. Dat schept vertrouwen.

Ik probeer de opleiding stap voor stap op te bouwen. Niet alles tegelijk. Eerst leren reizen, daarna pas leren vliegen. Wanneer de eerste africhting komt, is het reizen al lang geen onbekende ervaring meer.

Ook het eten en drinken in de mand wordt geoefend. In de waterbakjes leg ik eerst wat snoepzaad en pinda’s . Pinda's zijn voor jonge duiven een onweerstaanbare beloning. Terwijl ze proberen het lekkers te pakken, krijgen ze vanzelf hun snavel in het water. Daarna giet ik bewust hoorbaar water in de bakjes. Ik wil dat ze het geluid van water leren herkennen. Later, wanneer we in het clubgebouw staan om in te korven, strooi ik soms opnieuw wat snoepzaad in de drinkbakjes. Voor mijn jonge duiven betekenen die bakjes al vanaf het begin: hier is water en vaak ook iets lekkers. Ik wil dat ze zonder aarzelen gaan drinken.

Ook aan de bodem van de mand besteed ik aandacht. De eerste keren dat ze langere tijd in een grote mand verblijven, ligt er karton op de bodem, maar daar bovenop strooi ik wat stro en tabaksstelen uit hun eigen hok. Ze herkennen de geur en de structuur van hun vertrouwde omgeving. Dat geeft naar mijn gevoel meer rust dan een kale bodem.

Over de invloed van hoogspanningslijnen, zware ondergrondse elektriciteitsverbindingen en het 5G-netwerk op postduiven bestaan verschillende meningen. Ik weet eerlijk gezegd niet of duiven daar werkelijk iets van merken. Misschien wel, misschien helemaal niet. Ik beweer ook niet dat ik het antwoord heb.

Toch stop ik tijdens sommige oefenritten bewust onder een hoogspanningsmast of op een plaats waar volgens speciale kaarten zware ondergrondse elektriciteitsverbindingen lopen. Niet omdat ik zeker weet dat het nodig is, maar omdat ik denk: stel dat een duif daar wél iets van waarneemt, dan heeft mijn jonge duif die situatie in ieder geval al eens meegemaakt. Ze blijven gewoon rustig in de mand en even later gaan ze weer veilig mee naar huis. Misschien heeft het geen enkel effect, maar als het wel invloed zou hebben, is het in ieder geval geen onbekende ervaring meer.

Zo probeer ik zo weinig mogelijk aan het toeval over te laten. Alles wat een jonge duif later tijdens een wedvlucht kan tegenkomen, probeer ik – voor zover dat mogelijk is – eerst in alle rust aan te leren. Wanneer mijn jonge duiven uiteindelijk voor de eerste officiële africhting worden ingekorfd, is bijna niets meer nieuw. Ze kennen de reismand, autoritten, voer en water in de mand, een nacht in de mand en de geluiden die daarbij horen. Er blijft uiteindelijk nog maar één nieuwe ervaring over: de deur gaat open en nu moeten ze zelf de weg naar huis vinden. Precies zoals ik het wil.

Terug