Lees het dagboek van Gert Jan Beute

Column 'Langzaam maar zeker'

1-9-2026

IDEEËN DIE LANGZAAM
AANDACHT EN NAVOLGING KRIJGEN


Over de opleiding, verzorging en het veilige vervoer van jonge duiven


Langzamerhand merk ik dat ideeën en voorstellen die ik al jarenlang naar buiten breng, steeds meer aandacht krijgen binnen de duivensport. Soms lees ik ze terug, soms zie ik ze in filmpjes en tegenwoordig hoor ik ze zelfs voorbijkomen in duivenpodcasts.
Mijn naam wordt daarbij niet genoemd, maar dat hoeft voor mij ook niet. Het belangrijkste is dat erover wordt nagedacht en dat goede ideeën uiteindelijk navolging krijgen. In een recente podcast zei een presentator over een van mijn voorstellen: ‘Eigenlijk helemaal geen gek idee.’ Een ander reageerde: ‘Ik hoor het steeds vaker.’
Dit ging over de opleiding van jonge duiven en dan vooral over mijn pleidooi om jonge duiven tijdens de trainingsvluchten en de eerste wedstrijden standaard twee nachten in de mand te laten verblijven.
Twee nachten mand als onderdeel van de opleiding
Ik ben al jaren een groot voorstander van twee nachten mand. Niet omdat jonge duiven onnodig lang opgesloten moeten zitten, maar omdat ze juist zo leren om zich in de mand te redden.
Wanneer de jonge duiven op donderdag worden ingekorfd en pas op zaterdag worden gelost, worden ze op vrijdag gevoerd. Het voer wordt in het midden op de bodem van de mand gestrooid. De jongen moeten daardoor van hun vaste plekje komen, lopen door elkaar heen en leren zich tussen de andere duiven te bewegen.
Na het eten krijgen ze dorst. Ze gaan op zoek naar water en ontdekken zo de drinkgoot. Daardoor heeft bijna iedere jonge duif vóór de lossing gedronken.
Bij slechts één nacht mand gebeurt dat vaak niet. De jonge duiven worden niet gevoerd, blijven soms precies op de vierkante centimeter staan waar ze bij het inkorven terechtkwamen en zoeken de drinkgoot niet op. De volgende ochtend worden ze gelost, terwijl een deel mogelijk geen druppel water heeft gedronken. Zeker tijdens warme vluchtdagen kan dat grote gevolgen hebben.
Daarom ben ik ervan overtuigd dat twee nachten mand, mits vervoer en verzorging goed geregeld zijn, kan helpen om massale verliezen onder jonge duiven te voorkomen. De jongen leren eten, drinken, zich verplaatsen en omgaan met de drukte in de mand. Dat is geen onnodige belasting, maar een belangrijk onderdeel van hun opleiding.
Hennep en/of snoepzaad op het drinkwater
Ook een ander oud idee zag ik onlangs terug. Bij beelden van Afdeling Noord vanuit Marche, waar de jonge duiven drie nachten mand hadden, zag ik dat de verzorgers hennep op het drinkwater strooiden om de jongen naar de drinkgoot te lokken.
Daar schrijf en vertel ik al ongeveer dertig jaar over. Hennep blijft op het water drijven en trekt door zijn vorm en kleur de aandacht. Jonge duiven worden nieuwsgierig, pikken ernaar en ontdekken daardoor het water. Het is een eenvoudige manier om jongen die de drinkgoot nog niet kennen, te stimuleren om te drinken.
Ook hier hoeft mijn naam niet bij te worden genoemd. Het geeft mij al voldoening wanneer ik zie dat een praktisch idee dat ik al jarenlang uitdraag in de werkelijkheid wordt toegepast.
Het oogjesprobleem
In dezelfde podcast werd gesproken over het inmiddels bijna ‘nationale oogjesprobleem’ bij jonge duiven. Ook bij ons verschijnt er weleens een jong met een geïrriteerd of nat oog. Ik wacht dan niet af, maar grijp meteen in met mijn eigen oog- en neusdruppels en tegelijkertijd een rookblokje.
Door er vroeg bij te zijn, blijft het probleem bij ons doorgaans beperkt. Toch lijkt iedereen op dit gebied zijn eigen waarheid te hebben en wordt een probleem dat bij tijdig ingrijpen vaak beheersbaar is, soms veel groter gemaakt dan nodig.
Wennen aan verschillende omgevingen
Ook op andere gebieden probeer ik jonge duiven tijdens hun opleiding zo veel mogelijk vertrouwd te maken met omstandigheden die zij later onderweg kunnen tegenkomen. Zo sta ik tijdens het rondrijden met de jonge duiven ook weleens enige tijd vlak bij een zendmast.
Er wordt al jarenlang gesproken en gespeculeerd over elektromagnetische velden rond zendmasten en de mogelijke invloed daarvan op het oriëntatie vermogen van postduiven. Of jonge duiven werkelijk hinder ondervinden van 5G of andere radiosignalen, is niet overtuigend aangetoond. Ik beweer dan ook niet dat zendmasten de oorzaak zijn van verliezen.
Mijn gedachte is veel eenvoudiger. Als ik toch regelmatig met mijn jonge duiven rondrijd om ze te laten wennen aan de auto, de mand en verschillende omgevingen, waarom zou ik dan niet enkele keren stoppen in de buurt van zo’n mast?
Mocht de omgeving rond een zendmast op welke manier dan ook invloed hebben op wat een duif waarneemt, dan hebben mijn jongen daar tijdens hun opleiding in ieder geval al rustig mee kennisgemaakt. Ze zitten veilig in hun mand, blijven enige tijd bij de mast staan en worden daar niet gelost.
Het past bij mijn manier van opleiden. Jonge duiven moeten niet alleen leren thuiskomen. Ik wil ze tijdens het rondrijden laten kennismaken met verkeer, geluiden, hoogspanningsleidingen, zendmasten, verschillende landschappen, water, bebouwing en het verblijf in de mand. Niet wachten tot ze tijdens een wedstrijd alles voor het eerst meemaken, maar ze stap voor stap zo breed mogelijk voorbereiden.
De plaats van de duiven in de container
Een ander onderwerp waarvoor inmiddels langzaam meer aandacht komt, is de plaats van de duiven in de vervoerscontainer. Ook daarover heb ik de afgelopen jaren regelmatig vragen gesteld en mijn zorgen uitgesproken.
Samen met ChatGPT heb ik informatie en onderzoeken over het vervoer van postduiven verzameld en geanalyseerd. Daarbij hebben we onder andere gekeken naar de verschillen tussen de rijen voorin, in het midden en achterin de container. Maar vooral ook naar de verschillen tussen de manden onderin en bovenin.
Niet iedere plaats in een container heeft automatisch exact hetzelfde klimaat. Temperatuur, luchtstroming, ventilatie en de afvoer van warme en gebruikte lucht kunnen per plaats verschillen. De omstandigheden in een onderste mand kunnen anders zijn dan bovenin. Ook voorin, vlak achter de vrachtwagen, kunnen de omstandigheden verschillen van die in het midden of helemaal achterin.
Juist daarom moet niet alleen naar een gemiddelde temperatuur in de container worden gekeken. Een gemiddelde kan er goed uitzien, terwijl zich op bepaalde plaatsen toch warmere of minder goed geventileerde zones bevinden. Metingen zouden daarom op meerdere hoogtes en op verschillende plaatsen in iedere container moeten worden verricht.
Ook over deze verschillen wordt nu langzamerhand meer gesproken. Dat is belangrijk, want pas wanneer we precies weten wat er op iedere plaats in de container gebeurt, kunnen we beoordelen of alle duiven onder vergelijkbare en verantwoorde omstandigheden worden vervoerd.
Jonge duiven eerlijk over de manden verdelen
Daar sluit mijn voorstel om de duiven van iedere liefhebber over verschillende manden te verdelen rechtstreeks op aan.
Stel dat een vereniging 200 jonge duiven inkorft en deze over acht manden worden verdeeld. Wanneer één liefhebber met veertig jonge duiven komt, moeten die veertig wat mij betreft niet zoveel mogelijk bij elkaar in één of twee manden worden gezet. Verdeel ze over alle acht manden: vijf duiven van deze liefhebber per mand.
Hetzelfde principe kan, voor zover de aantallen dit toelaten, bij de duiven van andere liefhebbers worden toegepast. Zo zitten de duiven van iedere deelnemer verspreid over meerdere manden en daarmee ook op verschillende plaatsen in de container.
Dat heeft verschillende voordelen. De ene liefhebber zit dan niet toevallig uitsluitend onderin, bovenin, voorin of achterin de container. Iedereen krijgt een zo eerlijk mogelijke spreiding over de verschillende posities.
Daarnaast wordt het risico verdeeld. Mocht er onverhoopt iets misgaan met één mand — bijvoorbeeld met de drinkwatervoorziening, ventilatie, plaatsing of lossing — dan worden niet meteen vrijwel alle jonge duiven van één liefhebber getroffen.
Verdelen is daarom niet alleen eerlijker, maar ook veiliger. Waarom zouden veertig jongen van één hok samen in slechts enkele manden moeten zitten, wanneer we ze zonder veel moeite over acht manden kunnen verspreiden?
Het vraagt bij het inkorven misschien iets meer aandacht en organisatie, maar het belang van de duiven moet vooropstaan. Met een duidelijke werkwijze is dit prima uitvoerbaar.
Ideeën hebben soms tijd nodig
Het geeft mij voldoening dat onderwerpen waarover ik al jarenlang schrijf en spreek nu steeds vaker worden besproken. Niet omdat mijn naam er per se bij moet staan, maar omdat men langzaam begint in te zien dat jonge duiven een gedegen opleiding en zorgvuldige begeleiding nodig hebben.
Een jonge duif moet niet alleen leren vliegen en thuiskomen. Zij moet leren eten en drinken in de mand, zich tussen andere duiven handhaven en omgaan met verschillende omgevingen. Daarnaast moeten wij ervoor zorgen dat zij tijdens het vervoer zo eerlijk mogelijk over de manden en plaatsen in de container wordt verdeeld.
Twee nachten mand, hennep op het drinkwater, brede gewenning tijdens het rondrijden, aandacht voor temperatuurverschillen in de container en het verdelen van de duiven over meerdere manden: het zijn verschillende onderwerpen, maar ze komen voort uit dezelfde gedachte.
Bereid jonge duiven goed voor, beperk vermijdbare risico’s en laat niets aan het toeval over.
Sommige ideeën hebben blijkbaar tijd nodig voordat ze serieus worden genomen. Als ze uiteindelijk bijdragen aan beter opgeleide jonge duiven, eerlijker vervoer en minder verliezen, is dat voor mij het belangrijkste.
 

Terug